Zwolle wil één dierencentrum, maar samenwerking strandt zonder extra geld
De gemeente Zwolle wilde het dierenwelzijn slimmer, efficiënter en toekomstbestendig organiseren. Minder versnippering, minder dubbel werk en meer grip op een groeiend en complex werkveld. Maar na maanden onderzoek is de conclusie helder: verregaande samenwerking tussen de drie belangrijkste dierenorganisaties in de stad kan alleen slagen als de gemeente zelf meer regie neemt. En dat kost geld.
Versnippering begint te knellen
Stichting Dierenambulance Zwolle, Stichting Flappus en Stichting Zwols Dierenasiel vormen samen de ruggengraat van het dierenwelzijn in de stad. Vrijwilligers rijden uit voor gewonde dieren, vangen zwerfhonden en katten op, verzorgen wilde dieren en draaien preventieprojecten. Jarenlang groeide dat werk organisch, met eigen locaties, eigen vrijwilligers en eigen werkwijzen.
Tot de gemeente merkte dat die versnippering steeds meer begon te knellen.
Uit een uitgebreid haalbaarheidsonderzoek blijkt dat de huidige situatie leidt tot dubbel werk, onduidelijkheid over verantwoordelijkheden en inefficiënt gebruik van middelen. Bij nieuwe dierencasuïstiek, zoals uitbraken van vogelgriep, de komst van de wolf of opvang van dieren bij maatschappelijke crises, moet telkens ad-hoc worden gehandeld. Structurele afspraken ontbreken en de keten van dierenhulp blijkt minder gesloten dan gedacht.

Drie zware oplossingen op tafel
De gemeente onderzocht drie vergaande oplossingen. Samenwerking op concrete thema’s, één gezamenlijke opdracht vanuit de gemeente of zelfs een volledige fusie tot één dierencentrum.
Op papier levert vooral een fusie maximale efficiëntie op. In de praktijk bleek dat onhaalbaar. Het draagvlak ontbreekt, vrijwilligers voelen zich sterk verbonden met hun eigen organisatie en de cultuurverschillen zijn groot.
Ook de lichtere varianten bleken niet zonder haken en ogen.
Zonder regie werkt het niet
Samenwerking kan alleen werken als de gemeente actief de regie neemt, afspraken formaliseert en tijd vrijmaakt om partijen bij elkaar te houden. En juist daar wringt het. De gemeenteraad had als uitgangspunt meegegeven dat de nieuwe aanpak budgetneutraal moest zijn.
De onderzoekers zijn daar duidelijk over. Zonder extra inzet van de gemeente zal geen enkel scenario leiden tot structurele verbetering. Vrijblijvende samenwerking is in het verleden al geprobeerd en levert te weinig op.

Zwolle trekt toch de portemonnee
Daarom kiest het college nu voor een tussenweg. Zwolle trekt in 2026 eenmalig 59.000 euro uit om het lichtste scenario mogelijk te maken: samenwerken op casuïstiek.
Dat betekent structureel overleg, gezamenlijke afspraken over wie wat doet, betere ketenafspraken bij nieuwe dierencalamiteiten en duidelijke gemeentelijke regie om dit af te dwingen. Voor die regierol wordt 16 uur per week ambtelijke capaciteit vrijgemaakt.
De echte reden: de toekomst wordt ingewikkelder
Volgens het college is die investering nodig omdat dierenwelzijn allang geen simpel vrijwilligerswerk meer is. Het raakt aan wetgeving, volksgezondheid, veiligheid en maatschappelijke problematiek. De huidige organisatiestructuur is daar niet op ingericht.
Door de samenwerking te versterken moet de uitvoering professioneler, efficiënter en toekomstbestendiger worden.
In 2027 moet het duidelijk zijn
In 2027 moet dit leiden tot een formele samenwerkingsovereenkomst tussen de drie organisaties. Lukt dat niet, dan volgt een zogenoemd go- of no-go-moment.
Maar één conclusie staat nu al vast. Als Zwolle dierenwelzijn serieus toekomstbestendig wil maken, moet de gemeente zelf nadrukkelijker aan het stuur gaan zitten. En dat blijkt niet gratis te kunnen.




