Demissionair minister Gouke Moes (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) heeft op uitnodiging van de gemeente Kampen en de Bovenkerk een werkbezoek gebracht aan één van de meest iconische monumenten van de Hanzestad. Het bezoek stond volledig in het teken van de grote restauratieopgave waar de Bovenkerk voor staat — een uitdaging die zowel technisch als financieel enorm is.
Rondleiding door een monument in beweging
Wethouders Bernard van den Belt en Richard Boddeus ontvingen de minister in de Bovenkerk, waar manager Jan Quintus Zwart een rondleiding verzorgde. Ook vertegenwoordigers van de provincie Overijssel, erfgoedspecialisten en de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed sloten aan.
Tijdens de wandeling kreeg de minister een uniek kijkje achter de schermen:
- restauratie van gewelven
- herstel van vensters en muren
- versteviging van pijlers
- en de omvangrijke technische uitdagingen die daarbij komen kijken
Vanaf grote hoogte werd duidelijk hoe complex de restauratie is — en hoe urgent.
Bijzonder moment bij het Hinsz‑orgel
Het bezoek eindigde bij het wereldberoemde Hinsz‑orgel, waar niet alleen werd geluisterd naar een kort orgelspel, maar waar de minister zelfs de kans kreeg om het historische instrument van dichtbij te bekijken én kort te bespelen.
Belang van behoud
Minister Moes benadrukte het nationale belang van de Bovenkerk en riep provincie, gemeente en eigenaar op om samen te zoeken naar robuuste en duurzame financieringsoplossingen. Ook wees hij op een nieuwe subsidieregeling voor grote restauraties die binnenkort door OCW wordt gepubliceerd.
Wat zegt Kampen zelf?
Wethouder Richard Boddeus: “De Bovenkerk vertelt het verhaal van Kampen én van ons gedeeld cultureel erfgoed. Samenwerking is cruciaal om dit unieke monument te behouden voor komende generaties.”
Wethouder Bernard van den Belt: “De Bovenkerk is een monument van nationale betekenis. Om haar toekomst veilig te stellen, zijn forse investeringen noodzakelijk. Steun vanuit het rijk is onmisbaar.”
Toekomst vraagt om samenwerking
Het werkbezoek onderstreept opnieuw dat blijvende investeringen én samenwerking tussen kerk, overheid en partners noodzakelijk zijn om dit religieuze erfgoed te behouden voor de toekomst.





