Westnijlvirus duikt na zes jaar weer op: besmet bloed al bij patiënt terechtgekomen
UTRECHT – Voor het eerst in zes jaar is in Nederland weer iemand besmet geraakt met het westnijlvirus. Het virus werd aangetroffen in het bloed van een donor uit de provincie Utrecht. Extra zorgelijk: een bloedproduct uit de besmette donatie was al aan een patiënt toegediend voordat duidelijk werd dat de donor het virus bij zich droeg.
Sanquin ontdekte de besmetting begin augustus tijdens wetenschappelijk onderzoek onder bloeddonoren. De donor had milde klachten en was niet recent in het buitenland geweest. Volgens het RIVM is het daarom waarschijnlijk dat de besmetting in Nederland heeft plaatsgevonden.
Het gaat om de eerste bevestigde besmetting bij een mens die in 2026 in Nederland zelf is opgelopen. De laatste binnenlandse besmettingen werden in 2020 vastgesteld.
Besmet bloedproduct al toegediend
De ontdekking heeft direct gevolgen voor de bloedvoorziening. Uit de betreffende donatie waren meerdere bloedproducten bereid. Eén daarvan was al aan een patiënt toegediend voordat de besmetting werd ontdekt.
Dat is van belang omdat het westnijlvirus via een bloedtransfusie kan worden overgedragen. De patiënt en de behandelend arts zijn inmiddels geïnformeerd. Volgens Sanquin zijn artsen alert op mogelijke complicaties. Het voorval is bovendien gemeld bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ).
Extra controles op bloeddonaties
Sanquin heeft de screening daarom opgeschaald. Sinds 14 augustus worden bloeddonaties uit Nederlandse risicogebieden extra getest op het westnijlvirus.
Voor de bloedveiligheid zijn de provincie Utrecht en de regio Gooi- en Vechtstreek nu aangewezen als risicogebied. Donoren wordt gevraagd of zij in de vier weken voor hun donatie in een van deze gebieden hebben overnacht. Als dat zo is, wordt een extra buisje bloed afgenomen voor onderzoek.
Tot voor kort gold Nederland niet meer als risicogebied. Extra screening was vooral gericht op donoren die in buitenlandse gebieden waren geweest waar het virus voorkwam.
Ook paard en vogel besmet
De besmetting bij de bloeddonor staat niet op zichzelf. Volgens het RIVM zijn in korte tijd op verschillende plaatsen in Nederland een paard, een vogel én nu een mens positief getest.
Dat wijst erop dat er momenteel in Nederland muggen rondvliegen die het westnijlvirus bij zich dragen. Het RIVM benadrukt tegelijkertijd dat de kans om in Nederland westnijlkoorts op te lopen nog steeds erg klein is.
Het virus circuleert voornamelijk onder vogels. Een gewone huissteekmug kan besmet raken wanneer die bloed zuigt bij een besmette vogel. Vervolgens kan de mug het virus overbrengen op andere vogels, paarden en mensen.
Mensen en paarden kunnen het virus vervolgens niet via normaal contact verder verspreiden.
Meestal geen klachten
Ongeveer 80 procent van de mensen die besmet raakt, merkt daar volgens het RIVM niets van. Circa 19 procent krijgt westnijlkoorts met griepachtige klachten.
Bij ongeveer 1 procent ontstaan neurologische klachten. Vooral mensen boven de 50 jaar en mensen met een verminderde weerstand hebben een grotere kans om ernstig ziek te worden. In een klein aantal ernstige gevallen kan een besmetting dodelijk verlopen.
Muggen vooral actief rond schemering
Besmetting voorkomen komt vooral neer op het voorkomen van muggenbeten. Muggen zijn met name rond de schemering actief. Het RIVM adviseert onder meer bedekkende kleding te dragen, horren te gebruiken, muggenwerende middelen op onbedekte huid aan te brengen en eventueel onder een klamboe te slapen.
Deskundigen van onder andere het RIVM, GGD’en, Erasmus MC, de Universiteit Utrecht, Sanquin en de NVWA houden de verspreiding van het virus in Nederland verder in de gaten.




