Regiolab ‘Wijk van Morgen’ officieel van start
Samenwerken aan klimaatbestendige wijken
Zwolle – In Zwolle is woensdag het Regiolab Wijk van Morgen officieel gelanceerd. Tijdens een bijeenkomst vol presentaties, workshops en gesprekken kwamen overheden, onderwijsinstellingen, inwoners, onderzoekers en ondernemers samen om ideeën uit te wisselen over de toekomst van klimaatbestendige en leefbare wijken. De rode draad van de dag: samenwerking tussen overheid, onderwijs, ondernemers, onderzoek en inwoners — de zogenoemde “vijf O’s”.
De komende drie jaar krijgt het Regiolab een programma met een budget van 5,3 miljoen euro. Daarbij draait het om experimenteren, kennis delen en het ontwikkelen van concrete oplossingen voor vraagstukken rond klimaatadaptatie, waterbeheer, leefbaarheid en verduurzaming.
Van klimaatadaptatie naar brede wijkaanpak
Renate Postma van de gemeente Zwolle schetste tijdens de opening hoe Zwolle vanuit haar ligging in de delta al langer bezig is met klimaatadaptatie. Volgens haar begon dat met maatregelen om voeten droog te houden, maar groeit het nu uit tot een bredere aanpak voor toekomstbestendige wijken.
“Duizend-en-één mensen hebben een mening over verduurzaming,” zei Postma. “Daarom zijn handelingsperspectieven nodig die aansluiten bij bewoners, ondernemers en instellingen.”
Het Regiolab moet een plek worden waar niet alleen kennis wordt gedeeld, maar ook getest. Daarbij horen fysieke proeflocaties, projecten in wijken en samenwerking met het midden- en kleinbedrijf. Volgens de initiatiefnemers is het nadrukkelijk geen vastomlijnd programma, maar een lerende aanpak waarin ruimte blijft voor nieuwe ideeën.
Dieze Oost als proeftuin
Een belangrijk onderdeel van het programma is de proeftuin Watercirculaire Wijk in Dieze Oost. Die wijk kampt volgens de initiatiefnemers met verouderde infrastructuur, renovatievraagstukken en een groeiende druk op het watersysteem.
Nanco Dolman lichtte toe dat het project onderzoekt hoe regenwater beter kan worden vastgehouden en hergebruikt. Daarmee moet niet alleen wateroverlast worden beperkt, maar ook droogte worden tegengegaan. Tegelijkertijd kan het volgens hem kansen bieden voor woningbouw en verduurzaming.
De aanpak richt zich nadrukkelijk op bestaande wijken. “Veel projecten in Nederland gaan over nieuwbouw,” zei Dolman. “Wij kijken juist naar bestaande buurten.”
Bewoners worden daarbij actief betrokken via workshops en gesprekken over thema’s als klimaat, leefbaarheid en betaalbaarheid. Volgens de initiatiefnemers moet de wijk uiteindelijk niet alleen duurzamer, maar ook socialer en gezonder worden.
Technologie en digitale modellen
Tijdens verschillende workshops stond de rol van technologie centraal. In presentaties over Smart Zwolle en digitale “twins” — digitale modellen van wijken — werd getoond hoe data en kunstmatige intelligentie kunnen helpen bij ruimtelijke keuzes.
Met behulp van snelle rekenmodellen kunnen effecten van vergroening, verkeersmaatregelen of woningbouw zichtbaar worden gemaakt. Assendorp werd genoemd als voorbeeldwijk waar scenario’s worden doorgerekend.
Volgens de betrokken partijen kunnen zulke modellen helpen om ingewikkelde vraagstukken begrijpelijker te maken voor bewoners en beleidsmakers. Daarbij werd ook gewezen op het belang van open data en ethische omgang met gegevens.
Ook virtual reality kwam aan bod. Met VR-brillen kunnen inwoners straks door een toekomstige wijk lopen of zien hoe een plein, speeltuin of windturbine eruit komt te zien. Volgens de ontwikkelaars helpt dat om plannen concreter en begrijpelijker te maken.
Bewoners centraal
Ondanks de nadruk op technologie werd meerdere keren benadrukt dat bewoners een centrale rol moeten houden. Lector Liesbeth Rijswijk van Windesheim stelde dat systeemverandering alleen mogelijk is wanneer bewoners eigenaar worden van veranderingen in hun wijk.
“Het gaat niet alleen om technische oplossingen,” zei zij. “Het gaat ook om de relatie tussen mensen en hun omgeving.”
Volgens haar hangen vraagstukken rond klimaat, armoede, gezondheid en leefbaarheid nauw met elkaar samen. Daarom moet integraal worden gewerkt, bijvoorbeeld door vergroening te combineren met onderwijs, sociale contacten en participatie.
Als voorbeeld noemde zij projecten waarbij studenten samen met bewoners tuinen vergroenen en onderhouden. Dat levert volgens haar niet alleen klimaatwinst op, maar ook meer sociale samenhang in de wijk.
Makersfabriek als fysieke ontmoetingsplek
Ook de Makersfabriek speelt een rol binnen het Regiolab. Directeur René Breman noemde de locatie een “clubhuis” voor samenwerking en innovatie. Volgens hem ontstaan daar verbindingen tussen onderwijs, bedrijven, zorginstellingen en overheden.
De plek moet dienen als showroom, werkplaats en ontmoetingsruimte voor uiteenlopende projecten rond duurzaamheid, water, zorg en technologie.
“Je kunt alle losse initiatieven als matjes aan elkaar vlechten tot één tapijt,” zei Breman.
Onderwijs en praktijk dichter bij elkaar
Onderwijsinstellingen zoals Windesheim en Saxion willen studenten nadrukkelijker laten meewerken aan praktijkprojecten in de regio. Volgens lector Jolanda Gemolkan sluit dat goed aan bij de ambitie om onderzoek, onderwijs en praktijk dichter bij elkaar te brengen.
Studenten moeten volgens haar niet alleen vanuit schoolbanken leren, maar juist in wijken, bedrijven en communities ervaring opdoen met complexe maatschappelijke vraagstukken.
“De werkelijkheid waarin studenten straks terechtkomen vraagt om samenwerken over disciplines heen,” stelde zij.
Zwolle als voorbeeldregio
Wethouder Arjan Spaans sprak tijdens de bijeenkomst over de noodzaak van samenwerking rond klimaatverandering. Hij verwees naar ervaringen uit onder meer Denemarken en Afghanistan, waar droogte, watertekorten en kwetsbare infrastructuur volgens hem laten zien hoe ingrijpend klimaatverandering kan zijn.
Volgens Spaans moet Zwolle werken aan buurten die beter bestand zijn tegen hitte, wateroverlast en droogte, zonder dat bewoners daarin worden vergeten.
“Je kunt dit soort vraagstukken niet oplossen met één grote mammoettanker,” zei hij. “Je hebt ook speedboten nodig die experimenteren en sneller kunnen bewegen.”
Met een symbolisch fotomoment en de presentatie van het magazine Samen werken aan de wijk van morgen werd het Regiolab officieel geopend. De initiatiefnemers hopen dat de samenwerking de komende jaren verder uitgroeit tot een breed netwerk van organisaties en bewoners die samen werken aan de toekomst van Zwolle en de regio.





