Zwolle – Ze vormen de stille motor van Isala en lopen 10 tot 21 kilometer per dag. Het gaat over de brancardiers in Meppel en Zwolle. Annet Nieuwlaar en Harlan Engelsman zijn beiden eerste medewerker brancardiers. Annet in Zwolle en Harlan in Meppel. ‘Ik ga elke dag met een gevoel van trots naar huis.’
Hoe ziet jullie dag eruit
Harlan: ‘Patiënten die in Meppel komen voor een operatie, worden meestal opgenomen op het opnameplein en gaan vandaar lopend naar de Operatiekamer (OK). Zodra de patiënt daar is, krijgen wij via onze PDA, een zakcomputer, de melding dat we een bed naar de OK moeten brengen. Zo begint onze dag: ervoor zorgen dat er genoeg bedden klaarstaan. We brengen ook patiënten van de verpleegafdelingen naar de OK. Dit doen we altijd samen met een verpleegkundig, net als het terugbrengen van de patiënt naar de verpleegafdeling. Daarnaast hebben we vaste rondes voor het brengen van bloed en weefsel naar het lab, en rondes om hulpmiddelen zoals rollators en krukken terug te brengen naar de afdelingen.’
Annet: ‘Om 7.30 uur starten de eerste OK’s in Zwolle en dan begint ook onze werkdag. Wij brengen patiënten van de verpleegafdelingen naar hun operaties of onderzoeken toe. Soms in een rolstoel, soms in een bed. Soms wil de patiënt zelf lopen. Dan lopen we ernaast met een rolstoel, zodat de patiënt kan zitten als de afstand toch te groot blijkt. Onze opdrachten komen binnen op onze PDA’s. Zoals kweekmateriaal van de afdeling naar het laboratorium brengen voor onderzoek en bloedtransfusiezakjes ophalen. Onze hoofdtaak is uiteindelijk het ontlasten van de verpleegkundigen. Die blijven trouwens altijd verantwoordelijk voor de patiënt. En zij lopen ook mee voor de overdracht als een patiënt naar de OK moet of weer van de OK terug naar de verpleegafdeling mag.’
Harlan: ‘Dat is in Meppel ook zo. De verpleegkundige blijft altijd de verantwoordelijke voor de patiënt.’
Hoe groot is jullie team
Annet: ‘We hebben een team van 43 brancardiers. Overdag werken we op z’n hoogst met 18 tegelijk. Wat ik mooi vind, is dat de collega’s wat voor elkaar over hebben. Is iemand ziek, dan is er eigenlijk altijd wel iemand die de dienst wil overnemen. Al had die persoon anders een vrije dag gehad. We hebben echt een superleuk team.’
Harlan: ‘We zijn met 7 brancardiers en die werken hier ook al jaren. Er gaat hier zelden iemand weg. Dat zegt wel wat over het werk en het team. Als er iemand ziek is, springt er soms iemand bij van Zwolle.’
Wat zijn dingen die jullie doen die misschien niet iedereen weet
Harlan: ‘Als iemand is overleden op de verpleegafdeling en de familie van de overledene is vertrokken, brengen we de overledene naar het mortuarium. Dat is in Meppel zo.’
Annet: ‘Ik denk dat sommigen niet weten dat wij het weefselmateriaal van de OK’s naar het pathologisch laboratorium brengen. Vijf brancardiers zijn hiervoor aangewezen. Op gezette tijden halen zij weefsel op bij de OK’s in het hoofdgebouw en in het Behandelcentrum. Ze checken dan ook of de juiste gegevens erop staan. Als er iets niet klopt, nemen ze contact op met een OK-medewerker. Zo is er altijd een extra controle dat de juiste persoonsgegevens gekoppeld zijn aan het weefselmateriaal.’
Brancardiers worden ook wel de stille motor van het ziekenhuis genoemd. Hoe kijken jullie daarnaar
Annet: ‘Daar kan ik me in vinden. We lopen als team 300 tot 500 ritjes per dag. Als dat zou wegvallen, dan betekent dat nogal wat voor de afdelingen. Die zijn echt blij met ons.’
Harlan: ‘Ik denk dat wij op onze manier een belangrijk steentje bijdragen aan het goede verloop van het hele zorgproces. Het is maar een heel klein stukje, natuurlijk. Als we er niet zouden zijn, krijgt de verpleging het heel druk.’
Hoeveel kilometer lopen jullie op een dag
Annet: ‘Ooit hebben we gemeten dat we minimaal 14 kilometer en maximaal 21 kilometer per dag lopen per brancardier. Isala Zwolle is een groot gebouw en we komen echt óveral.’
Harlan: ‘Op een goede dag misschien 10 kilometer per brancardier, maar dan houdt het wel op. De afstanden hier zijn korter dan in Zwolle. We brengen ook patiënten die met ontslag gaan naar Reestdal Revalidatie, dat aan dit gebouw zit. Dan ben je wel een tijdje onderweg.’
Wat vind je het mooist aan dit werk
Harlan: ‘Het contact met verpleegkundigen. En ik vind het leuk dat je te maken hebt met allerlei disciplines, zoals Radiologie en Cardiologie. Je gaat als brancardier het hele ziekenhuis door. Ook het contact met patiënten is prettig. Soms vertellen ze je hele verhalen. Ze weten dat wat ze kwijt willen tussen vier muren blijft. Ik vind het waardevol om dat vertrouwen te krijgen.’
Annet: ‘Het is een heel vrije baan. We kunnen ons werk op onze eigen manier invullen. Het is ook dankbaar werk. Soms wil iemand het hart luchten. We luisteren en gaan daar vertrouwelijk mee om. Dan krijg je nog wel eens een dankbare reactie. Maar verpleegkundigen en specialisten laten soms ook blijken dat ze blij zijn. Zo van: ‘Oh, daar is de patiënt al!’’
Wanneer ga je naar huis met een gevoel van trots
Harlan: ‘Elke dag wel. Het verloopt vrijwel altijd vlekkeloos. En als er eens iets misgaat, dan lossen we het samen snel op. Als eerste medewerker krijg ik ook telefoontjes van collega’s als ze bijvoorbeeld een vraag hebben. De lijnen zijn hier kort, dus je kunt zaken hier snel regelen. Die kleinschaligheid maakt het werken hier fijn. Ik ga nooit met tegenzin naar mijn werk.’
Annet: ‘Het gaat bij ons puur om de patiënten. Als ik hoor dat die blij zijn met het luisterend oor dat mijn collega’s hebben geboden, ja dan word ik wel heel erg trots op het team. Het is gewoon superleuk werk.’





