Tientallen koeien duiken op aan de IJssel bij Zwolle: ze horen bij een boerderij aan de overkant
Zwolle – Ze liggen languit op het zand, zoeken de schaduw onder een wilg en sommige staan met hun poten gewoon in het water. Wie langs de IJssel bij Zwolle fietst, kan ineens oog in oog staan met een flinke kudde runderen. Maar wat doen al die koeien hier? Het antwoord ligt aan de overkant van de rivier.
De rood-witte en zwarte runderen horen bij WEIDE, het familiebedrijf van boer Jacob van Emst uit Hattem. Sinds een paar weken staat er bij Schelle Oldeneel een groot nieuw bord dat daar geen twijfel meer over laat bestaan: ‘Hier grazen de runderen van WEIDE’.
Nieuw zijn de dieren zelf overigens niet. “Ze lopen hier nu voor het derde jaar”, vertelt Van Emst aan RTV Focus. Wel is het gebied waarin de dieren worden ingezet groter geworden.

Koeien als natuurbeheerders
De dieren staan er niet alleen voor het mooie plaatje. Ze zijn hier aan het werk.
Van Emst beheert het gebied via Combinatie IJsselwaarden. Rijkswaterstaat is eigenaar van de uiterwaarden. Het landschap moet open genoeg blijven om de rivier bij hoogwater de ruimte te geven, maar tegelijkertijd is het een waardevol natuurgebied.
En daar komen de koeien om de hoek kijken.
Door gras en andere begroeiing te eten, houden ze delen van het landschap vanzelf open. Een trekker of maaimachine is daardoor niet overal nodig. Maar de dieren mogen zeker niet zomaar overal hun gang gaan.
“We bewegen constant mee met de ontwikkelingen”, zegt Van Emst.
De kwartelkoning bepaalt
Een mooi voorbeeld daarvan is de kwartelkoning. De zeldzame vogel heeft het gebied bij Schelle Oldeneel opnieuw weten te vinden.
Dat heeft meteen gevolgen voor de koeien.
Een langgerekt gedeelte richting de dijk wordt volgens Van Emst tot 1 september volledig met rust gelaten. Daar komt de kudde dus voorlopig niet. De dieren grazen eromheen.
Het laat precies zien hoe het beheer werkt. Niet: koeien loslaten en maanden later weer eens kijken. Het gebied is verdeeld in ongeveer vijf of zes stukken. Samen met een ecoloog wordt steeds bekeken waar de runderen nodig zijn en waar de natuur juist even voorrang krijgt.
Soms verandert dat zelfs per maand.
Is het lange tijd droog, dan kunnen de dieren bijvoorbeeld een groter stuk krijgen. Duikt ergens bijzondere natuur op, dan kan juist worden besloten de koeien daar tijdelijk weg te houden.
“Je gaat eigenlijk constant mee met wat de ecologie vraagt”, legt Van Emst uit.

Aan de overkant begon het
Dat Van Emst juist hier terechtkwam, is geen toeval.
Kijk vanaf de Zwolse uiterwaarden over de IJssel en daar ligt Hattem. Aan die kant van de rivier doet de boer naar eigen zeggen al zo’n 25 jaar ervaring op met landbouw en natuurbeheer, onder meer samen met Geldersch Landschap.
Toen voor de Zwolse kant iemand werd gezocht die niet alleen verstand heeft van koeien, maar ook kan meedenken over natuur, kwam Van Emst in beeld.
Hij ziet beide oevers eigenlijk als één geheel. Aan de ene kant van de IJssel gebeurt wat hij al jaren doet, aan de andere kant probeert hij hetzelfde na te streven.
Nee, de koeien nemen niet het pontje
Maar dan blijft natuurlijk één vraag over. Als de boerderij in Hattem staat en de koeien bij Zwolle lopen: hoe komen die dieren dan aan de overkant?
Niet zwemmend. En helaas ook niet met het Kleine Veer.
“Met de vrachtwagen inderdaad”, lacht Van Emst.
Zelf maakt hij wél regelmatig de mooiere oversteek. Hij pakt de fiets en gaat met het pontje naar zijn dieren.
“Het is gewoon super dichtbij.”
Moet de quad mee, dan wordt het een rit over de brug. Zo controleert hij de kudde vanaf zijn boerderij aan de andere kant van de rivier.
Oud-Hollands ras
Ook de keuze voor de opvallende Brandrode runderen is bewust gemaakt. Het oude Nederlandse ras kan volgens Van Emst goed overweg met schrale graslanden, waar veel andere runderen minder goed uit de voeten kunnen.
En de boer heeft iets met deze koeien.
Ruim twintig jaar geleden hielp hij samen met Geldersch Landschap mee aan het behoud van het Brandrode rund. Het gold destijds nog als een zeldzaam huisdierras.
“Daar hebben we eigenlijk altijd een warm hart voor gehad.”
Daarom wilde hij de dieren ook in zijn eigen bedrijf houden.

Van jongs af aan buiten
Het leven in de natuur begint voor deze runderen al vroeg.
Op de boerderij in Hattem bedacht Van Emst het zogenoemde ‘kalverenstrand’. Jonge dieren groeien er niet afzonderlijk op, maar leven al vroeg samen in een kudde en kunnen zelf naar binnen en naar buiten.
“Een dier is een kuddedier. Dat moet je zoveel mogelijk nastreven.”
Volgens Van Emst kunnen de jonge dieren vanaf ongeveer twee weken al naar buiten. Daardoor leren ze vroeg omgaan met wisselende omstandigheden. Handig voor dieren die later hun dagen doorbrengen in een uiterwaard in plaats van in een strak weiland naast de stal.
Niet zoveel mogelijk uit een hectare halen
Het past bij de manier waarop Van Emst naar boeren kijkt. Zijn ouders begonnen hier in de jaren tachtig een melkveebedrijf en hij groeide tussen de dieren op.
Inmiddels probeert hij verschillende onderdelen juist weer met elkaar te verbinden. Op het bedrijf worden granen geteeld, stro wordt opnieuw gebruikt en de runderen leveren niet alleen vlees, maar worden ook ingezet voor natuurbeheer.
Het uitgangspunt is niet om zoveel mogelijk dieren op zo weinig mogelijk grond te zetten. De dieren krijgen juist ruimte en de opbrengst per hectare is niet het enige dat telt.
“Iedereen moet op de juiste plek staan om het geheel te laten werken.” aldus van Emst.
En in Schelle Oldeneel betekent dat soms iets opvallends: zelfs een zeldzame vogel kan bepalen waar zijn koeien die maand wel en niet mogen eten.
Wie deze zomer langs de IJssel fietst en de kudde bijna als badgasten aan de waterkant ziet liggen, kijkt dus naar meer dan een groep koeien.
Aan de overkant staat hun boerderij. Aan deze kant helpen ze het landschap beheren. En ergens tussen de runderen, het hoge gras en de IJssel probeert Van Emst de balans te vinden.



