Schokkende details over fataal drama in Zwols tunneltje: ‘Hij vloog als een marionet door de lucht’
Tiener krijgt jeugddetentie voor doodslag na fatale mishandeling in Zwols tunneltje
Hij was ernstig ziek en had niet lang meer te leven. Toch oordeelt de rechtbank dat een toen 15-jarige jongen hem van het leven beroofde. De fatale mishandeling in de Lünentunnel eindigt bijna twee jaar later in acht maanden jeugddetentie.

Zwolle – Een inmiddels 17-jarige jongen uit Zwolle is veroordeeld tot acht maanden jeugddetentie voor doodslag op een 54-jarige man bij de Lünentunnel aan het Lünenpad. De rechtbank Overijssel oordeelt dat de jongen het slachtoffer in juni 2024 onderuit schopte en daarna meerdere keren schopte en sloeg terwijl de man weerloos op de grond lag.
De zaak zorgde destijds voor veel vragen in Zwolle. Het slachtoffer werd op zaterdagavond 29 juni 2024 zwaargewond aangetroffen bij het tunneltje tussen het station en Hogeschool Windesheim. Vijf dagen later overleed hij.
Volgens de rechtbank is bewezen dat de toen 15-jarige verdachte de man “opzettelijk van het leven heeft beroofd”. De jongen moet ook schadevergoedingen betalen aan de broer en zus van het slachtoffer.
Ingedronken in de tunnel

Op de avond van 29 juni 2024 was de verdachte met andere jongeren in de tunnel bij het Lünenpad. De groep was daar aan het indrinken voordat zij met de bus naar een optreden in Zaal Dijk zouden gaan.
Een meisje uit de groep huilde, vermoedelijk omdat zij van haar fiets was gevallen. Op dat moment kwam het slachtoffer de tunnel in. Volgens de rechtbank bleef hij staan en zei hij meerdere keren dat het meisje met hem mee naar huis moest gaan.
De jongeren zeiden dat hij moest ophouden en weg moest gaan. Daarna liep de situatie volledig uit de hand.
‘Ga maar rennen’
Volgens de rechtbank zei de verdachte op boze toon tegen de man dat hij moest gaan rennen. Toen de man wegrende, ging de jongen achter hem aan.
De rechtbank schrijft dat de verdachte het slachtoffer tegen zijn benen trapte, waardoor hij viel en met zijn hoofd op de grond terechtkwam. Daarna schopte en sloeg hij de man meerdere keren tegen zijn hoofd en lichaam.
Een getuige verklaarde dat het slachtoffer door de trap “als een marionet door de lucht vloog”.
Een andere jongere trok de verdachte uiteindelijk van het slachtoffer af. De groep ging daarna naar de bus richting Zaal Dijk. Een voorbijgangster belde 112 en bleef samen met een andere getuige bij het slachtoffer tot politie en ambulance arriveerden.
Terminaal ziek
Het slachtoffer was op dat moment al ernstig ziek. In april 2024 was bij hem ongeneeslijke longkanker vastgesteld, met uitzaaiingen in de hersenen. Hij verbleef in een instelling om daar zijn laatste levensfase door te brengen.
Dat maakte de zaak juridisch ingewikkeld. De verdediging stelde dat niet bewezen kon worden dat de mishandeling de dood had veroorzaakt.
De rechtbank gaat daar niet in mee. Volgens de rechters was er een duidelijke verandering in de toestand van het slachtoffer na het geweld. De rechtbank spreekt van een “duidelijke knik in de levenslijn” van de man.
Door het geweld verloor hij in grote mate zijn zelfredzaamheid. De ziekenhuisopname, bedlegerigheid, ribbreuken en het opgehoogde palliatieve beleid droegen volgens de rechtbank bij aan de fatale afloop.
‘Zonder meer overleden’ door longontsteking en palliatieve zorg
De forensisch patholoog concludeerde dat het slachtoffer uiteindelijk overleed door een ernstige longontsteking in combinatie met de palliatieve medicatie. Maar volgens de rechtbank heeft het geweld die keten van gebeurtenissen in gang gezet.
De rechtbank oordeelt: “De dood van het slachtoffer is met een aanzienlijke mate van waarschijnlijkheid door de mishandeling veroorzaakt.”
Ook benadrukt de rechtbank dat de ernstige ziekte van het slachtoffer daar niets aan verandert. “Het feit dat slachtoffer ernstig ziek was en ook zonder de mishandeling niet meer lang te leven had, maakt dat niet anders.”
Doodslag bewezen
De rechtbank vindt dat de verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat het slachtoffer zou overlijden. Daarbij weegt mee dat de man weerloos op de grond lag toen hij werd geschopt en geslagen.
Volgens de rechtbank waren de gedragingen van de jongen “zozeer op de dood van slachtoffer gericht” dat het niet anders kan dan dat hij de aanmerkelijke kans op de dood bewust heeft aanvaard.
Daarmee is volgens de rechtbank sprake van voorwaardelijk opzet op de dood. De jongen is daarom veroordeeld voor doodslag.
‘Explosie van geweld’
Bij het bepalen van de straf is de rechtbank hard in haar oordeel over het handelen van de verdachte.
“Er vond, ogenschijnlijk uit het niets, een explosie van geweld plaats”, schrijft de rechtbank. Die geweldsexplosie stond volgens de rechters “in geen enkele verhouding” tot wat het slachtoffer daarvoor had gedaan.
De rechtbank neemt het de verdachte extra kwalijk dat hij achter de man aan ging terwijl de situatie al voorbij leek te zijn. “Sterker nog, verdachte ging slachtoffer achterna terwijl de overlast al gestopt was. Slachtoffer liep immers weg.”
Ook schrijft de rechtbank dat zij de indruk heeft gekregen dat de verdachte een zekere minachting voelde voor het slachtoffer vanwege zijn voorkomen. De rechters noemen dat kwalijk en benadrukken: “Het leven van het slachtoffer was niet meer of minder waard dan dat van ieder ander.”
Acht maanden jeugddetentie
Het Openbaar Ministerie had negen maanden jeugddetentie geëist, waarvan drie maanden voorwaardelijk. De rechtbank legt acht maanden jeugddetentie op.
Volgens deskundigen heeft de verdachte moeite met impulsbeheersing, zelfreflectie en inlevingsvermogen. Toch vindt de rechtbank een forse onvoorwaardelijke jeugddetentie noodzakelijk.
Een lagere straf zou volgens de rechtbank miskennen dat het hier om een levensdelict gaat.
De verdachte moet daarnaast schadevergoedingen betalen aan de zus en broer van het slachtoffer. Het gaat om ruim 2.400 euro voor uitvaartkosten en 390 euro voor een gedenkteken.




