Zwolle – Patiënten met heup- of knieartrose komen nog vaak in het ziekenhuis terecht terwijl een operatie niet altijd nodig of mogelijk is. Dat is niet in het belang van de patiënt en legt extra druk op de zorg. Met het oog op de toenemende zorgvraag is een andere aanpak nodig. Daarom is het Artrosenetwerk opgericht: om patiënten de juiste zorg op de juiste plek te bieden. Onlangs is het netwerk live gegaan.
Het Artrosenetwerk is tot stand gekomen door een regionale samenwerking tussen MCCKlik, Coöperatie Zorggroep Fysiotherapie Noord‑Oost Nederland (Fynon) en Isala. Binnen het netwerk werken fysiotherapeuten, huisartsen, orthopedisch chirurgen en andere (para)medici samen om de zorg beter te verdelen.
Orthopedisch chirurg Pieter van Driel en Femke Heutink, fysiotherapeut werkend in de eerste lijn, maken deel uit van de projectgroep van het Artrosenetwerk. Femke vervult hierin de rol van projectleider namens Fynon.
Waarom is het Artrosenetwerk belangrijk
Pieter: ‘Het aantal mensen met artrose neemt enorm toe. De verwachting is dat dit er in 2030 drie miljoen zijn. We moeten daarom aan de slag om de zorg te verbeteren en efficiënter te maken, zodat die niet overbelast raakt.’
Femke: ‘Dat betekent dat de patiënt op het juiste moment bij de juiste zorgverlener terechtkomt. Iemand zonder operatie-indicatie hoeft in principe nog niet bij de orthopedisch chirurg te komen. Daarnaast is het belangrijk dat je als regio hetzelfde doet en dezelfde taal spreekt.’
Pieter: ‘Voor de patiënt is het prettig om te weten dat dit één groot regionaal netwerk is, waarin alle zorgverleners dezelfde behandeling bieden volgens het stepped care‑protocol.’
Wat is het stepped care-protocol
Femke: ‘Stepped care is een stapsgewijze behandelstrategie die begint met de minst ingrijpende maatregelen. Stap één is dat een patiënt naar de fysiotherapeut of huisarts gaat. Daar wordt bekeken of de patiënt voldoende geholpen kan worden met een speciaal ontwikkelde app met oefeningen. Is dat niet het geval, dan gaat de patiënt door naar stap twee: oefentherapie bij de fysiotherapeut. Dit gebeurt meestal in groepsverband, afhankelijk van de praktijkgrootte. Bij zowel stap één als twee speelt voorlichting een belangrijke rol. Wanneer deze stappen niet genoeg effect hebben, kan de huisarts de patiënt doorverwijzen naar de orthopedisch chirurg. Dat is stap drie.’
Pieter: ‘Als mProve-ziekenhuizen hebben we samen met ReumaNederland een landelijke website ontwikkeld waar mensen terecht kunnen voor informatie over artrose en een zorgverlener kunnen vinden die aangesloten is bij het lokale artrosenetwerk. Mensen die nog niet bij een zorgverlener zijn geweest, kunnen op deze website starten met stap 0: wat kan iemand zelf doen om de klachten te verminderen?’
Wat is het verwachte effect van dit programma
Pieter: ‘Allereerst heeft de patiënt er baat bij. Een groot deel van de patiënten wordt fitter en ervaart minder klachten door de oefentherapie, waardoor medicijnen tegen pijn of een operatie niet nodig zijn. Daarnaast neemt de zorgdruk af. We hopen dat vooral de patiënt met een operatie-indicatie bij de orthopedisch chirurg terechtkomt en daar gerichter geholpen kan worden. De verwachting is dat het aantal verwijzingen naar de tweede lijn met minstens 25 procent afneemt.’
Femke: ‘We horen vaak dat mensen na drie tot vier weken merken dat de pijn afneemt en de mobiliteit toeneemt. Ze kunnen bijvoorbeeld net iets verder lopen of makkelijker traplopen. Dat verbetert de kwaliteit van leven. Daarnaast zijn veel praktijken aangesloten bij het Artrosenetwerk, waardoor patiënten dicht bij huis terecht kunnen. En het mooie is: het programma wordt vergoed vanuit de basisverzekering.’
Sommige praktijken in de regio zijn al langer bezig hiermee. Wat zijn de ervaringen?
Femke: ‘Over het algemeen zijn de resultaten goed. Veel mensen starten in stap twee, met de oefeningen. Als het daarna goed gaat, kunnen we ze doorverwijzen naar het sociaal domein. Zo heb ik al meerdere mannen doorverwezen naar walking football. Uiteindelijk gaat het erom dat mensen weer in beweging komen op een manier die ze leuk vinden en volhouden.’
‘Er zijn ook patiënten bij wie de pijn ondanks de oefeningen blijft. Dan is het waardevol dat we hen kunnen terugverwijzen naar de huisarts, met de boodschap dat stap twee is doorlopen maar onvoldoende effect had. De huisarts kan dan kijken of aanpassing van pijnmedicatie nodig is of dat een verwijzing naar de orthopedisch chirurg toch wenselijk is.’
Pieter: ‘Normaal gesproken maakt een huisarts niet standaard een röntgenfoto. In onze regio hebben we afgesproken dat dit wel gebeurt als er sprake is van artrose. Als daaruit blijkt dat er sprake is van eindstadium degeneratie van het gewrichtskraakbeen en de patiënt heeft stap twee doorlopen, dan kan dit reden zijn om te opereren. Is dat niet het geval, dan hoeft iemand niet naar het ziekenhuis. Uiteraard zijn er uitzonderingen, bijvoorbeeld als iemand ontzettend veel pijn heeft ondanks medicijnen tegen pijn. We hebben het stepped care-programma, maar ons werk blijft maatwerk. We kijken altijd per persoon wat nodig is.’





