Verslag: Raad verdeeld over tempo participatiebeleid
Brede steun voor ‘uitdaagrecht’, maar zorgen over uitvoering
Zwolle – De Zwolse gemeenteraad heeft maandagavond uitgebreid gesproken over de nieuwe participatieverordening en de invoering van het zogenoemde uitdaagrecht. Daarbij bleek brede steun voor meer invloed van inwoners op gemeentelijk beleid en uitvoering, maar verschilden de fracties stevig van mening over de snelheid waarmee Zwolle daarin stappen moet zetten.
Centraal in het debat stond de vraag hoe inwoners niet alleen mogen meepraten, maar ook daadwerkelijk taken van de gemeente kunnen overnemen wanneer zij denken die beter, slimmer of goedkoper uit te kunnen voeren. Het college heeft daarvoor verschillende scenario’s uitgewerkt. Een meerderheid van de fracties sprak uiteindelijk voorkeur uit voor scenario 4: een gefaseerde uitbreiding van zowel overheidsparticipatie als het uitdaagrecht, met pilots en verdere uitwerking in een verordening.
Vooraf benadrukte de voorzitter dat het debat vooral bedoeld was om richting mee te geven aan het college. De participatieverordening is nog in ontwikkeling. Fracties werden opgeroepen hun ideeën en wensen mee te geven voor de verdere uitwerking.
Vertrouwen als kernwoord
Vrijwel alle partijen benadrukten dat vertrouwen tussen inwoners en overheid centraal moet staan. De fractie van SPZ verwees naar landelijke wetgeving die burgerparticipatie moet versterken en stelde dat inwoners duidelijk moeten weten wat er met hun inbreng gebeurt. Volgens de partij moeten verwachtingen realistisch blijven om teleurstelling en wantrouwen te voorkomen. SPZ sprak steun uit voor scenario 2, waarin eerst verder onderzoek wordt gedaan naar uitbreiding van burgerparticipatie.
Coalitiepartij Swollwacht koos juist nadrukkelijk voor scenario 4. Raadslid Diederik Meijntjes hield daarbij zijn maidenspeech en sprak over zijn persoonlijke betrokkenheid bij de stad. Volgens Swollwacht weten inwoners vaak beter wat er speelt in hun wijk en zorgen bewonersinitiatieven voor meer draagvlak en sociale samenhang. Tegelijkertijd waarschuwde de partij voor risico’s wanneer initiatieven vastlopen op juridische of technische eisen. Daarom wil Swollwacht beginnen met pilots en stapsgewijs uitbreiden.
Ook de Socialistische Partij sprak steun uit voor scenario 4. Volgens de fractie draait het debat uiteindelijk om de vraag of de gemeente inwoners werkelijk vertrouwt. De partij benadrukte dat overheidsparticipatie niet mag uitgroeien tot een verkapte bezuinigingsoperatie en dat goede ondersteuning essentieel blijft, juist voor inwonersgroepen die minder makkelijk hun weg naar de gemeente vinden.
Pleidooi voor meer ambitie
Volt en D66 vonden het voorstel van het college juist nog te voorzichtig. Volt-raadslid Rijsebrij stelde dat participatie niet afhankelijk moet zijn van toeval of voorkennis. Volgens haar weten veel inwoners nog altijd niet welke mogelijkheden zij hebben om invloed uit te oefenen. De partij pleitte daarom voor een brede publiekscampagne via scholen, sportverenigingen en andere maatschappelijke organisaties.
Volt wees daarnaast op voorbeelden uit andere steden, zoals Rotterdam, Bologna en Eindhoven, waar inwoners al nadrukkelijker betrokken worden bij beheer van groen, publieke gebouwen en burgerinitiatieven. De partij sprak zich uit voor scenario 4, maar keek nadrukkelijk ook verder richting meer directe burgerinvloed, bijvoorbeeld via burgermoties.
D66 ging nog een stap verder en noemde scenario 5 de gewenste richting. Volgens de fractie moet Zwolle sneller durven handelen. “We zijn hier al jaren mee bezig,” stelde raadslid Naglevoort. Volgens D66 draait participatie niet alleen om regels, maar vooral om een andere grondhouding van de overheid: luisteren naar inwoners, ook naar “zachte stemmen”, en inwoners daadwerkelijk invloed geven.
Voorzichtig optimisme bij andere partijen
PRO, CDA, ChristenUnie en Partij voor de Dieren schaarden zich eveneens grotendeels achter scenario 4. Daarbij lag de nadruk vooral op goede begeleiding, heldere communicatie en realistische kaders.
PRO benadrukte dat inwoners vooraf duidelijk moeten weten waarover zij wel en niet kunnen meepraten. De partij verwees naar eerdere participatietrajecten waarbij zichtbaar werd gemaakt welke ideeën werden overgenomen en welke niet. Volgens PRO kan participatie alleen slagen als inwoners merken dat hun inbreng serieus wordt genomen.
Het CDA sprak van een “sterke samenleving” waarin inwoners, vrijwilligers en maatschappelijke organisaties meer ruimte krijgen om initiatieven te nemen. Tegelijkertijd wees de fractie op financiële en organisatorische risico’s. Ook de ChristenUnie benadrukte dat de overheid inwoners actief moet ondersteunen en oog moet houden voor kwetsbare groepen.
De VVD stelde vragen bij de noodzaak van extra scenario’s, omdat delen van het uitdaagrecht volgens de partij nu al mogelijk zijn. Tegelijkertijd onderschreef de fractie het belang van duidelijke terugkoppeling richting inwoners.
Wethouder: “Stap voor stap versnellen”
Wethouder Anja Roelfs concludeerde dat er een duidelijke rode draad uit het debat naar voren kwam: de raad wil meer participatie én meer vertrouwen in inwoners. Volgens haar draait de discussie niet alleen om juridische regels, maar ook om houding en cultuur binnen de gemeente.
Roelfs erkende dat verschillende fracties het proces te traag vinden. Tegelijkertijd waarschuwde zij voor overhaaste invoering zonder duidelijke kaders. Volgens de wethouder moet de gemeente voorkomen dat inwoners enthousiast beginnen, maar later vastlopen door onduidelijke regels of verkeerde verwachtingen.
De wethouder kondigde aan dat scenario 4 verder wordt uitgewerkt in de participatieverordening. Daarbij wil het college tempo maken, mogelijk al vóór de zomer met vervolgstappen richting de raad.





