Zwolle – De gemeenteraad van Zwolle heeft maandagavond 21 september gesproken over het rekenkamerrapport Betrokken Zwollenaren. Daarin is het eerste Zwolse burgerberaad geëvalueerd. De meeste partijen zien waarde in de ervaringen van het burgerberaad, maar verschillen van mening over de vraag hoe en wanneer Zwolle deze vorm van burgerparticipatie opnieuw moet inzetten.
Het burgerberaad werd tussen november 2023 en mei 2024 gehouden rond de vraag hoe Zwolle op een eerlijke manier klimaatneutraal kan worden in 2040. Ongeveer 120 inwoners namen deel aan vijf bijeenkomsten. Zij kwamen uiteindelijk met 32 adviezen aan de gemeenteraad.
De Rekenkamer onderzocht hoe deelnemers het burgerberaad hebben ervaren en welke lessen daaruit kunnen worden getrokken. Uit aanvullend onderzoek naar het vertrouwen van deelnemers bleek dat zij het proces overwegend positief beoordeelden. Een aantoonbare toe- of afname van vertrouwen, kennis of houding kon echter niet worden vastgesteld.
Invloed van inwoners
Een belangrijk punt in het debat was de vraag hoeveel invloed inwoners daadwerkelijk hebben. Burgerlid Jeroen van Mierlo van Swollwacht stelde dat een burgerberaad niet alleen moet gaan over onderwerpen die de politiek vooraf heeft aangewezen. Volgens hem zouden inwoners ook invloed moeten kunnen hebben op de vraag waarover een burgerberaad wordt gehouden.
Swollwacht wil daarom opnieuw een voorstel indienen om inwoners de mogelijkheid te geven zelf een onderwerp voor een burgerberaad aan te dragen. Volgens Van Mierlo is daarbij wel duidelijkheid nodig over de kaders, de rol van de gemeenteraad en wat er met de adviezen gebeurt.
Ook andere partijen benadrukten het belang van duidelijke verwachtingen. Tim Cottenham van PRO benadrukte dat inwoners vooraf moeten weten welke invloed zij hebben en achteraf moeten kunnen zien wat er met hun inbreng is gebeurd. PRO steunt de aanbevelingen van de Rekenkamer, maar wil vooral dat de lessen uit het eerste burgerberaad worden vastgelegd.
Jongeren haken af
De deelname van jongeren kwam meerdere keren terug. Uit het onderzoek blijkt dat vooral jongere deelnemers relatief snel afhaakten. Cottenham wees erop dat een programma met meerdere lange bijeenkomsten moeilijk te combineren kan zijn met school, werk, sport en andere verplichtingen. Volgens hem moet deelname beter aansluiten bij de levens van jongeren.
Ook de Socialistische Partij (SP) vroeg aandacht voor groepen die moeilijker worden bereikt. Burgerlid Smits benadrukte dat juist inwoners die zich minder gehoord voelen, bij burgerparticipatie betrokken moeten worden. De partij pleitte onder meer voor duidelijke kaders, zodat deelnemers vooraf weten wat financieel en juridisch mogelijk is.
Volt vroeg specifiek aandacht voor de positie van de Zwolse Jongerenraad. Wethouder Arjan Spaans zei daarop toe dat het college wil bekijken hoe de Jongerenraad kan worden betrokken bij de ontwikkeling van instrumenten voor burgerparticipatie. De toezegging wordt in het eerste kwartaal van 2027 verder besproken.
Kosten en opbrengsten
De kosten van het burgerberaad zorgden eveneens voor discussie. De VVD wees erop dat het eerste burgerberaad ongeveer 159.000 euro kostte en vroeg zich af of een dergelijke investering gerechtvaardigd is. Volgens de VVD waren vooraf al problemen te voorzien met de kaders, de communicatie en de verwachtingen over de rol van het burgerberaad.
Forum voor Democratie (FVD) trok eveneens de conclusie dat een nieuw burgerberaad voor de partij niet voor de hand ligt. De partij wees erop dat een groot deel van de 32 adviezen volgens haar al bekende oplossingen bevatte.
Het CDA nam een andere positie in. Fractievoorzitter Knispel noemde het burgerberaad geen doel op zichzelf. Volgens het CDA moet eerst duidelijk zijn waar inwoners daadwerkelijk invloed op kunnen hebben en wat er met hun adviezen gebeurt. De partij ziet verschillende andere vormen van burgerparticipatie als mogelijke alternatieven, zoals thematische werkgroepen en burgerpanels.
De Partij voor de Dieren (PvdD) beschouwt het burgerberaad juist als een belangrijke aanvulling op de lokale democratie. Volgens de partij kan een burgerberaad ook op kleinere schaal worden toegepast, bijvoorbeeld in wijken. Daarbij zou meer rekening moeten worden gehouden met inwoners die door werk of zorgtaken moeilijker aan langdurige bijeenkomsten kunnen deelnemen.
Rekenkamer: vooral leren van het experiment
De voorzitter van de Rekenkamer benadrukte dat het onderzoek voortkwam uit het feit dat de eerder afgesproken evaluatie van het burgerberaad niet was uitgevoerd. De Rekenkamer heeft die evaluatie daarom zelf opgepakt. Volgens de voorzitter laat het debat zien dat het burgerberaad niet alleen een praktische methode van participatie is, maar ook vragen oproept over de manier waarop de lokale democratie functioneert.
Over de vraag of het burgerberaad zijn doelen heeft gehaald, zei de Rekenkamer dat dit niet eenvoudig met een ja of nee is vast te stellen. De gemeenteraad had vooraf meerdere doelen geformuleerd en die waren niet allemaal scherp genoeg afgebakend. Daardoor kon de Rekenkamer niet één-op-één vaststellen of alle doelen waren bereikt.
Wel ziet de Rekenkamer concrete verbeterpunten. Daarbij gaat het onder meer om het vooraf vastleggen van doelen, het duidelijk verdelen van verantwoordelijkheden en het zorgen dat verschillende opvattingen en groepen zich voldoende gehoord voelen.
Wethouder: burgerberaad is geen speeltje
Wethouder Arjan Spaans zei dat het college de aanbevelingen van de Rekenkamer grotendeels herkent en wil meenemen in toekomstig beleid. Volgens hem is bij het eerste burgerberaad veel goed gegaan. Deelnemers voelden zich serieus genomen en het proces bood ruimte voor inwoners die elkaar normaal gesproken niet ontmoeten om gezamenlijk over complexe vraagstukken te spreken.
Tegelijkertijd ziet ook het college belangrijke lessen. Spaans noemde vier punten: een duidelijk doel, heldere kaders en een duidelijk mandaat, een goede rolverdeling en zichtbare terugkoppeling aan inwoners. Daarnaast moet vooraf duidelijk zijn hoeveel invloed deelnemers hebben en wat er met hun adviezen gebeurt.
Volgens Spaans is een burgerberaad een instrument van de gemeenteraad en geen doel op zichzelf. Niet ieder vraagstuk leent zich ervoor. Vooral complexe maatschappelijke onderwerpen kunnen volgens hem baat hebben bij een zorgvuldig ingericht burgerberaad. De brede vraagstelling rond klimaatneutraliteit bood veel ruimte voor deelnemers, maar maakte het volgens de wethouder tegelijkertijd moeilijk om voldoende diepgang te bereiken.
Het college wil samen met de gemeenteraad verder kijken naar de verschillende vormen van burgerparticipatie. Een werkgroep voor inwonersbetrokkenheid moet daarbij helpen bepalen welk instrument bij welk vraagstuk past. De verdere behandeling van de conclusies en aanbevelingen van de Rekenkamer volgt naar verwachting op maandag 26 oktober.





