Hij runde ooit een café in de Zwolse uitgaansstraat, nu maakt hij carnavalshoeden voor de lol
Zwolle – Ooit runde hij een café in de Zwolse uitgaansstraat, nu staat hij achter een kraam vol veren, kraaltjes en glitterlichtjes. Willem Stroeve (64) maakt tegenwoordig carnavalshoeden. Niet voor de handel, maar gewoon voor de lol. Zaterdagmiddag was hij te vinden op de Carnavalsbeurs in het SIO-wijkcentrum in Oud-Ittersum.
Wie Willem ziet, kan niet om hem heen. Met zijn opvallende hoge hoed, oranje bril en brede lach is hij zelf bijna een wandelend carnavalsattribuut. De hoeden die hij maakt, ontstaan samen met een vriend en zijn stuk voor stuk uniek. „Er is er overal maar één van.”

‘Van de hoge heer naar het leuke volk’
De stijlen lopen uiteen. Venetiaans, piratenachtig, klassiek of juist uitbundig. Zelf draagt hij een hoge hoed met veren en lichtjes. „Die is van vroeger,” zegt hij. „Toen voor de hoge heer, nu voor het lagere volk.” Hij lacht. „Maar wel het leuke volk.”
De materialen kwamen in het begin vooral van de kringloop, maar inmiddels bestelt hij veel zelf. „Eerst maakte ik een pak, daarna een hoed en later complete prinsenpakken,” vertelt Willem. De basis is vaak een bestaande hoed, die volledig wordt omgebouwd met bandjes, kant en kraaltjes. „Je ziet iets en denkt: dat komt ooit van pas.”
Carnaval is Willem met de paplepel ingegoten. Hij groeide op in de Voorstraat, vrijwel ín het café van zijn vader Joop Stroeve senior. La Moustache was jarenlang een begrip in Zwolle. „Ik heb mijn hele leven in de horeca gewerkt. Carnaval hoorde daar gewoon bij.”

Hoogtepunt onder de Peperbus
Het absolute hoogtepunt beleefde hij in het seizoen 2011-2012, toen hij werd uitgeroepen tot Prins van d’Oelewappers in Sassendonk. Een bijzonder jaar, want het was ook nog eens het 55-jarig jubileumseizoen. Als Prins William I trok hij samen met zijn adjudanten Richard en Anita van feest naar feest. Zijn leus luidde: ‘Met Prins William I geen gezeur, gaan wij van deur tot deur!’
Na jaren achter de bar heeft Willem nu alle tijd voor zijn creatieve hobby. Op de carnavalsbeurs gingen zijn hoeden vlot over de toonbank, voor zo’n twintig euro per stuk. „Vanmorgen had ik er een stuk of acht. De meeste zijn al weg.”
Stoppen? Daar denkt hij niet aan. „Zolang ik er plezier in heb, ga ik door,” zegt hij. „Een dag niet gelachen is een dag niet geleefd. En dat geldt voor carnaval misschien nog wel het meest.”




