Kunst & CultuurNieuws uit ZwolleVoorpagina

Deze Zwolse brug lijkt splinternieuw, maar 100 jaar geleden liepen hier vrouwen met pannetjes soep

Zwolle – De nieuwe Passerelle boven station Zwolle oogt als een hypermoderne verbinding tussen binnenstad en Spoorzone. Maar wie honderd jaar teruggaat, ziet iets opvallends: ook toen liep hier al een brug over de sporen. En daarover kwamen rond het middaguur vrouwen met pannetjes soep voor hun mannen die bij het spoor werkten.

Ale Maring schuift in de Rode Hal een stapel oude spoorfoto’s over tafel. De ene toont een werkplaats, de volgende een bovenleidingwerker en dan verschijnt ineens een beeld waarop veel Zwollenaren iets zullen herkennen.

Station Zwolle. De perronkap. En daarachter: een loopbrug over het spoor.

„We hadden hier toen al een loopbrug”, vertelt Maring. „En daar gingen vrouwen met pannetjes soep overheen. De mannen werkten hier en de vrouwen waren toen vaak thuis. Om twaalf uur kwamen ze hun mannen soep brengen.”

Station Zwolle met stationsgebouw, overkapping en oude loopbrug over het spoor rond 1925
Station Zwolle rond 1925. Achter het stationsgebouw loopt de oude voetgangersbrug over de sporen. Foto: Het Utrechts Archief

Een eeuw later ligt er weer een brug

De vergelijking met het Zwolle van nu is bijna te mooi.

Precies een eeuw later ligt er opnieuw een enorme voetgangersbrug over het station. De huidige Passerelle is breed, modern en vormt een belangrijke verbinding tussen de binnenstad en de Spoorzone.

Maar de gedachte erachter was honderd jaar geleden eigenlijk niet eens zo anders: mensen moesten van de ene kant van het uitgestrekte spoorgebied naar de andere.

Alleen ging dat toen niet met een rolkoffer, laptop of koffiebeker in de hand.

Maar met een pannetje warm eten.

Oude Passerelle over de sporen bij station Zwolle in 1925
De oude loopbrug bij station Zwolle. Honderd jaar later ligt er opnieuw een grote Passerelle boven het station.

‘Leg een stapel foto’s op tafel’

Voor Maring is dat precies waarom die oude beelden zo waardevol zijn. Hij is voorzitter van De Blazende Veiligheid, de Zwolse sport- en ontspanningsvereniging voor mensen uit de spoorwereld.

De vereniging is niet alleen voor medewerkers van NS. Ook mensen van onder meer ProRail en andere spoorbedrijven zijn er aangesloten. Maring omschrijft het simpel: „Het is de personeelsvereniging van het spoor.”

Veel van de verhalen voor de tentoonstelling begonnen niet met uitgebreid historisch onderzoek, maar met iets veel eenvoudigers.

Een tafel. Een stapel foto’s. En oud-spoormensen eromheen.

„Als je wat wilt doen met mensen, dan moet je een stapel foto’s op tafel leggen”, zegt Maring. „Dan gebeurt er van alles.”

Ale Maring met historische foto's uit de Zwolse spoorwereld in de Rode Hal
Ale Maring tussen de historische spoorfoto’s. Een stapel oude beelden bleek genoeg om tientallen verhalen los te maken.

Dat gebeurde ook tijdens het verzamelen voor Sporen in de Tijd. Maring dook in archieven, printte beelden uit en legde ze neer.

„Je print ze uit en dan gooi je ze op tafel. En de gesprekken komen vanzelf.”

Het spoor was een wereld op zichzelf

Wat uit die gesprekken naar voren komt, is een Zwolle dat bijna niet meer bestaat.

Achter het station lag niet alleen een verzameling rails, loodsen en werkplaatsen. Het was een complete werkgemeenschap. Grote aantallen mensen verdienden hier hun brood en veel gezinnen in omliggende wijken waren direct met het spoor verbonden.

Werk en privé liepen veel meer door elkaar dan tegenwoordig.

„Het was een bijzondere tijd”, vertelt ook Fieke van ’t Riet, Programmamanager van De Stad Verbeeldt, de organisatie achter de fototentoonstellingen in de Rode Hal. „Mensen werkten er niet alleen,” zegt Fieke die ook aan tafel zit, “Ze hadden ook een gemeenschap. Ze zorgden voor elkaar.”

Historische foto's van de oude spoorwerkplaats en spoorarbeiders in Zwolle
Historische beelden uit de Zwolse spoorwereld. Rond de werkplaatsen ontstond een hechte gemeenschap van spoorfamilies.

Voetballen tegen Philips en Harculo

De Blazende Veiligheid is een van de tastbare overblijfselen van die oude spoorcultuur. Maring is er voorzitter. Vroeger speelde het verenigingsleven een veel grotere rol dan nu.

„In de jaren zeventig en tachtig hadden we echt voetbalcompetities”, vertelt hij. Personeelsverenigingen van het spoor namen het op tegen die van andere grote werkgevers, zoals Philips en de IJsselcentrale bij Harculo.

Er waren ook kaart- en bingoavonden, uitstapjes en andere activiteiten. „Elk zichzelf respecterend bedrijf had een personeelsvereniging.”

Volgens Maring zat daar meer achter dan alleen gezelligheid. Werkgevers wilden personeel aan zich binden. „De werkgever wist: wil ik mijn personeel binden, dan moeten ze het thuis goed hebben.” Ook huisvesting en andere voorzieningen hoorden daarbij.

Collega’s leerden elkaar daardoor goed kennen. „Als je drie avonden met iemand hebt zitten kaarten en je hebt de volgende dag een probleem op het spoor, dan weet je hem te bellen.”

En dat leverde volgens Maring iets op wat nu minder vanzelfsprekend is: „Je ging voor je bedrijf. Daar was je trots op.”

De verhalen zitten achter de foto’s

Daarom gaat Sporen in de Tijd niet alleen over locomotieven, bovenleidingen en stationsgebouwen.

Juist de mensen staan centraal.

Een foto van een bovenleidingwerker roept herinneringen op aan verdwenen beroepen. Een groepsfoto brengt namen terug. Een stationsbeeld roept ineens het verhaal op van vrouwen die om twaalf uur een warme maaltijd kwamen brengen.

Ale Maring bekijkt oude foto's voor Sporen in de Tijd in Zwolle
Ale Maring bekijkt een van de oude beelden. Niet alleen de foto’s, maar vooral de verhalen erachter krijgen een plek in de tentoonstelling.

„Je neust wat in archieven en de hele wereld komt er langs”, zegt Maring.

Dat is misschien wel de kern van de tentoonstelling. Een oude foto wordt pas echt interessant als iemand kan vertellen wat er buiten het beeld gebeurde.

Zelfs met de tram naar Delfzijl

En soms leveren die gesprekken verrassende feiten op.

Zwolle kende vroeger verschillende tramverbindingen. Via aansluitende lijnen kon je volgens een van de andere aanwezige spoorliefhebbers uiteindelijk zelfs helemaal richting Delfzijl reizen.

„Dan was je wel de hele dag onderweg”, klinkt het droog.

De tram werd bovendien heel anders gebruikt dan het openbaar vervoer van nu. Regen kon al genoeg reden zijn om in te stappen.

„Dan dacht je: het regent, weet je wat, deze keer nemen we de tram. Anders gingen ze fietsen.”

Een uur lopen stelde weinig voor. „Twee uur ook niet”, wordt er lachend achteraan gezegd.

Terug naar de plek waar het gebeurde

De foto’s krijgen vanaf 11 september een bijzondere plek.

Niet in een willekeurige tentoonstellingszaal, maar in de Rode Hal in de Spoorzone, pal naast het station. Midden in het gebied waar een groot deel van die geschiedenis zich heeft afgespeeld.

Rode Hal in de Spoorzone van Zwolle tijdens opbouw van Sporen in de Tijd
In de Rode Hal wordt de tentoonstelling opgebouwd. De locatie ligt midden in de oude Zwolse spooromgeving.

Voor Sporen in de Tijd is beeldmateriaal verzameld over ruim 150 jaar spoorontwikkeling in Zwolle. De tentoonstelling behandelt onder meer techniek en logistiek, het station en zijn omgeving, de werkgemeenschap en wonen en werken in Assendorp.

Het project maakt deel uit van Fotofestival Reizen in de Tijd, waar ook onder meer de Zilveren Camera en werk van professionele fotografen en studenten te zien is.

En dan ligt daar ineens die oude brug

Maar tussen al die herinneringen blijft één klein verhaal hangen.

Dat van de oude loopbrug.

Wie nu over de nieuwe Passerelle loopt, kijkt uit over een station dat dagelijks door duizenden reizigers wordt gebruikt en over een Spoorzone die in hoog tempo verandert.

Honderd jaar geleden liep hier ook al een brug.

Beneden werd gewerkt aan treinen en spoorlijnen. En ergens rond het middaguur kwamen vrouwen uit de buurt aanlopen.

Met een pannetje soep in hun handen.

Voor hun mannen aan de andere kant van het spoor.

Sporen in de Tijd is te zien tijdens Fotofestival Reizen in de Tijd van 11 september tot en met 7 oktober 2026 in de Rode Hal in de Spoorzone. Het festival is geopend van dinsdag tot en met zondag van 10.00 tot 17.00 uur. De entree bedraagt 7,50 euro voor volwassenen en 5 euro voor studenten.

FOCUS NIEUWSBRIEF

Van het belangrijkste nieuws uit Zwolle tot de leukste weekendtips: elke donderdag in je inbox.

Lees ook dit over Zwolle