Slavernijmonument van 180.000 euro moet aan Thorbeckegracht komen: drie kunstenaars strijden om ontwerp
Zwolle – Voor 180.000 euro moet aan de Thorbeckegracht een nieuw herdenkingsmonument voor het slavernijverleden van Zwolle komen. De plek bij de Pletterstraat en het Pelserbrugje is door de betrokken kunstwerkgroep unaniem aangewezen als voorkeurslocatie. Drie kunstenaars gaan ieder een ontwerp maken. Later dit najaar mogen Zwollenaren aangeven welk ontwerp hen het meest aanspreekt.
Het plan voor een vaste herdenkingsplek in Zwolle krijgt daarmee steeds meer vorm. De gemeente maakte deze week bekend verder te werken aan het slavernijmonument, maar uit de achterliggende stukken blijkt inmiddels ook waar het moet komen, hoeveel geld ervoor beschikbaar is en welke kunstenaars een ontwerp mogen maken.
Thorbeckegracht als voorkeursplek
Voor het monument zijn vijf mogelijke locaties onderzocht. De kunstwerkgroep die de gemeente adviseert koos unaniem voor de Thorbeckegracht aan de zijde van de Pletterstraat, in de omgeving van het Pelserbrugje.
De plek moest geschikt zijn voor grotere herdenkingen, maar tegelijkertijd ook voor iemand die er alleen wil stilstaan of bezinnen. Volgens de betrokkenen geven het water en de oude stadsmuur deze locatie de juiste sfeer.

Juist hier ligt historische link
De keuze voor de Thorbeckegracht is ook opvallend vanwege de geschiedenis van deze plek.
Burgemeester Peter Snijders wees begin 2025 bij de start van het kunstproject ‘Draden van het Overijsselse slavernijverleden’ al op de relatie tussen de gracht en het koloniale verleden van Zwolle.
Volgens Snijders werden vanuit Zwolle goederen verhandeld die afkomstig waren van plantages. Ook noemde hij het Hopmanhuis en de pakhuizen aan de Thorbeckegracht als gebouwen die aan deze periode herinneren.
“Zwolle zat daar ook volop in in de periode van de VOC en de WIC”, zei Snijders destijds. Hij vertelde daarbij dat hij zelf aanvankelijk ook niet besefte hoe sterk Zwolle met die geschiedenis verbonden was.

180.000 euro voor monument
Voor het monument zelf is 180.000 euro beschikbaar.
De gemeenteraad stelde bij de begroting van 2024 eenmalig 130.000 euro beschikbaar voor de realisatie. Daar kwam nog 50.000 euro subsidie van de provincie Overijssel bij.
Daarnaast heeft zich de mogelijkheid voorgedaan om maximaal 50.000 euro subsidie van het Rijk te krijgen. Dat geld is bedoeld voor projectkosten rondom het monument, waaronder een deel van de projectleiding en communicatiekosten.
Andere kosten, zoals bewustwordingsactiviteiten of catering, kunnen uit het gemeentelijke budget voor Diversiteit en Inclusie worden betaald. Het college zegt erop te sturen dat zoveel mogelijk van de 180.000 euro beschikbaar blijft voor het monument zelf.
Drie kunstenaars strijden om ontwerp
Drie kunstenaars zijn geselecteerd om een schetsontwerp te maken: Patricia Kaersenhout, Marcel Pinas en Carlos Blaaker.
Kaersenhout heeft een Afrikaanse achtergrond. Blaaker heeft een Surinaamse achtergrond en woonde lange tijd op Curaçao. Pinas woont en werkt in Suriname.
De kunstenaars krijgen een behoorlijk brede opdracht mee. Het monument moet aandacht geven aan zowel de trans-Atlantische slavenhandel en slavernij als aan de slavernijgeschiedenis in de gebieden in en rond het huidige Indonesië.
Het moet niet alleen de geleden pijn verbeelden, maar ook de kracht van verzet, moed en de strijd voor zelfbeschikking. Daarnaast moet de plek geschikt zijn voor bezinning, ontmoeting, gesprek en grotere herdenkingen.
Het monument hoeft overigens niet uit één beeld te bestaan. Het kan ook uit meerdere onderdelen bestaan die samen één geheel vormen.
Verschillende gemeenschappen betrokken
Bij de voorbereidingen zijn verschillende gemeenschappen uit Zwolle betrokken. In de kunstwerkgroep zitten vertegenwoordigers van onder meer de Surinaamse, Caribische, Inheemse en Indische gemeenschappen.
De groep denkt mee over de uitgangspunten voor het monument, de locatie, de kunstenaars en de manier waarop inwoners bij het project worden betrokken.
Dat sluit aan bij de manier waarop de herdenking van het slavernijverleden in Zwolle zich de afgelopen jaren heeft ontwikkeld.

Tijdens de Keti Koti-herdenking in 2024 legde bijvoorbeeld ook de Inheemse en Javaans-Surinaamse gemeenschap in Zwolle een krans.

Zwolle had zelf banden met slavernij
Volgens de gemeente waren Zwollenaren op verschillende manieren betrokken bij het slavernijverleden. Inwoners waren actief in de handel, als bestuurders binnen de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) en de West-Indische Compagnie (WIC) en als plantage-eigenaren.
Ook profiteerde Zwolle indirect van de koloniale slavernij.
Met het monument wil de gemeente niet alleen aandacht geven aan die geschiedenis, maar ook aan de gevolgen ervan die volgens de gemeente vandaag de dag nog zichtbaar en voelbaar zijn.
Zwollenaren mogen voorkeur aangeven
Als de drie schetsontwerpen klaar zijn, krijgen inwoners van Zwolle ze te zien. Zij mogen aangeven welk ontwerp hen het meest aanspreekt en welke onderdelen zij belangrijk vinden.
Een echte verkiezing wordt het nadrukkelijk niet.
De reacties uit de stad worden meegegeven aan de kunstwerkgroep. Die neemt de voorkeuren en argumenten mee en komt vervolgens met een keuze en advies richting het college van burgemeester en wethouders. Het college neemt uiteindelijk het besluit.
Plan begon in 2023
De gemeenteraad nam in juni 2023 unaniem een motie aan waarin werd gevraagd om een Keti Koti-herdenkingsmonument en een vaste plek voor de herdenking van het slavernijverleden.
Sindsdien is gewerkt aan de inhoud van het monument, de locatie en het betrekken van verschillende gemeenschappen.
De verwachting is dat Zwollenaren in het najaar van 2026 op de drie ontwerpen kunnen reageren. Daarna wordt het gekozen ontwerp verder uitgewerkt en aan het college voorgelegd.




