De winterjas kan mogelijk sneller de kast in dan gedacht. Als we de nieuwste verwachting van Weeronline mogen geloven, stevent Nederland af op een warmere lente dan normaal. Vooral in april en mei lijkt het kwik vaker boven de gebruikelijke waarden uit te komen – met zelfs kans op zomerse dagen.
Maart: voorzichtig lenteweer
Maart staat bekend als grillige overgangsmaand. Normaal gesproken blijft de temperatuur op de helft van de dagen steken onder de 10 graden en telt de maand gemiddeld vier echte lentedagen (15 graden of meer in De Bilt).
Dit jaar lijkt maart echter zachter uit te pakken, vooral in de tweede helft van de maand. Temperaturen kunnen dan gemakkelijk oplopen richting 15 graden of hoger. Regen en buien blijven mogelijk, maar lange droge en zonnige periodes liggen ook op de loer.
April en mei: vaker warm, soms zelfs zomers
De signalen voor april en mei zijn nóg duidelijker. Waar begin april gemiddeld zo’n 13 graden gebruikelijk is en eind mei rond de 20 graden, verwachten de modellen dat we daar dit jaar regelmatig boven uitkomen.
Dat betekent:
- In april waarschijnlijk minder regen dan normaal (april is sowieso al de droogste maand van het jaar);
- In mei meer kans op regen- en onweersbuien;
- Eind mei serieuze kans op warme tot zelfs zomerse dagen (25 graden of meer).
Kortom: terrasweer ligt nadrukkelijk in het verschiet.
Koude lentes worden zeldzaam
Dat warme lentes steeds vaker voorkomen, is geen toeval. Sinds 2000 verliepen 18 van de 26 lentes warmer dan de toen geldende normaal. Slechts drie lentes waren (vrij) koud.
Ter vergelijking:
- De koude lente van 2021 kwam uit op gemiddeld 8,1 graden.
- De recordwarme lente van 2024 tikte maar liefst 11,8 graden aan.
- Vorig jaar (2025) was eveneens zeer zacht én extreem zonnig.
Door het opwarmende klimaat is de kans op een koude lente simpelweg kleiner geworden dan op een warme.
Invloed van Noordzee en La Niña
Ook de Noordzeetemperatuur speelt een rol. Eind februari ligt die rond de 5 à 6 graden – vrij normaal voor de tijd van het jaar. Dat betekent dat een frisse zeewind begin lente geen extra koude verrassingen oplevert.
Daarnaast was er deze winter sprake van een (zwakke) La Niña. Na zo’n weerfenomeen is de kans op een natte lente kleiner dan gemiddeld. Normaal is de kans op een nat seizoen 33 procent, na La Niña slechts 20 procent. Geen garantie op droogte, maar het vergroot de kans op een normale tot droge lente.
Maar let op: lente blijft grillig
Toch blijft voorzichtigheid geboden. De betrouwbaarheid van seizoensverwachtingen ligt rond de 60 procent – aanzienlijk lager dan de circa 90 procent bij een vijfdaagse verwachting.
De lente staat bekend om haar wispelturigheid. Een noordenwind kan in maart of april zomaar winterse trekjes brengen, terwijl een zuidenwind later in het seizoen ineens zomerse warmte kan aanvoeren.
Conclusie
De trend is duidelijk: de kans is groot dat de lente van 2026 warmer verloopt dan normaal, met geregeld zon en in mei mogelijk al zomerse temperaturen. Maar zoals altijd in Nederland geldt: houd de paraplu én zonnebril binnen handbereik.




