Ahmad (19) trok te voet door elf landen: zo woont hij nu in het Zwolse azc

Zwolle – Drie bedden, een paar kasten en bijna niets aan de muur. Ahmad (19) deelt zijn kamer in het azc aan de Meeuwenlaan met een kapper en een kok. Hij vluchtte uit Syrië, trok volgens eigen zeggen te voet door elf landen en wil nu automonteur worden. Tijdens de Open azc dag konden bezoekers zaterdag zien hoe hij en andere bewoners in Zwolle leven.
Op de kamer van Ahmad is weinig ruimte voor privacy. De inrichting is sober en aan de muren hangt nauwelijks iets persoonlijks. Zijn twee kamergenoten noemt hij vrienden. De een werkt als kapper, de ander als kok in een restaurant in Hattem.
Veel Nederlanders zouden het lastig vinden om zo met z’n drieën op een kamer te wonen, merkt locatiemanager Martin van het COA op. „Ik denk dat we dit met Nederlanders sowieso niet hadden kunnen redden.”

Te voet door elf landen
Ahmad kwam als minderjarige asielzoeker uit Syrië naar Nederland. Hij vertelt dat hij na zijn vertrek acht maanden in Turkije wachtte. Daarna trok hij volgens eigen zeggen te voet door elf landen voordat hij Nederland bereikte. Zijn moeder en zus bleven achter.
Na zijn aankomst in Ter Apel verbleef Ahmad eerst in het Mercure Hotel in Zwolle. Toen hij achttien werd, verhuisde hij naar de opvang aan de Meeuwenlaan. Inmiddels is hij net negentien.
„Ik heb in Syrië nooit op school gezeten”, vertelt hij. Door de oorlog en de moeilijke omstandigheden thuis begon hij als kind al met werken. Ahmad beschrijft hoe kinderen soms moeten bijspringen wanneer ouders wegvallen of niet meer voor het gezin kunnen zorgen. Zelf miste hij daardoor jarenlang onderwijs.
Die kans pakt hij nu alsnog. Hij gaat naar school bij Landstede en loopt stage. Eerst wil hij een diploma halen voor het repareren van fietsen. Daarna heeft hij een volgend doel: „Dan ga ik direct naar automonteur.” vervolgd Ahmad in verrassend goed Nederlands.
„Ik mis mijn moeder”
School, stage en het huishouden vullen zijn dagen. „Ik moet zelf wassen, kleren wassen, werken, naar school en koken”, vertelt Ahmad. Toch is de afstand tot zijn familie moeilijker dan de drukte. „Ik mis mijn moeder. Ik zit nu vijf jaar zonder mijn moeder.” Wanneer het lukt, spreken ze elkaar via videobellen.
Over zijn nieuwe woonplaats is hij kort maar positief. Wat vindt hij van Zwolle? „Mooi. Mooie plek.”

Wel op de trein, nog niet verder studeren
Een andere bewoner, een 26-jarige Syriër, studeerde Engelse literatuur in Libanon. In Nederland hielp hij eerst negen maanden als vrijwillige host reizigers op stations. Hij wees andere asielzoekers de weg, hielp bij het kopen van kaartjes en legde uit hoe ze moesten uitchecken.
Inmiddels werkt hij bij Keolis, onder meer op het Kamperlijntje en op het traject Zwolle-Enschede. Hij wil graag een masteropleiding volgen of zijn eerdere diploma laten beoordelen. Bij de onderwijsinstellingen die hij benaderde, liep hij naar eigen zeggen vast doordat hij nog geen verblijfsvergunning heeft.
Ook een Nederlands rijbewijs aanvragen kan hij daardoor nog niet. „Ik vind het moeilijk”, zegt hij over het wachten. „Als ik iets wil doen, zijn er altijd regels.” Zijn ouders wonen nog in Libanon.
Betaald werken kan voor asielzoekers onder voorwaarden wel. De mogelijkheden zijn de afgelopen jaren verruimd. Een BSN alleen is daarvoor niet voldoende: onder meer de duur van de asielprocedure en een tewerkstellingsvergunning voor de werkgever spelen een rol.
Bijna iedereen heeft overdag iets te doen
Volgens locatiemanager Martin wonen er ongeveer 300 mensen aan de Meeuwenlaan. Onder hen zijn 89 minderjarigen, die met hun gezin in de opvang verblijven en onderwijs volgen. Van de overige 211 bewoners hebben er volgens hem ongeveer zestig betaald werk. Veel anderen volgen Nederlandse les of zijn al begonnen met inburgeren.
Een woonbegeleidster schat dat hooguit dertig bewoners geen vaste daginvulling hebben. Dat is maximaal één op de tien mensen in de opvang. Volgens Martin kunnen veel bewoners al met hun inburgering beginnen voordat zij een woning krijgen in de gemeente waaraan zij zijn gekoppeld.
Wie deelt met wie een kamer?
Bij de kamerindeling kijkt het COA onder meer naar leeftijd, gezinssamenstelling en taal. „Dan probeer je de match te maken met de vrije bedden en met de mensen die hier al zijn”, legt Martin uit. Bewoners die dezelfde taal spreken of vertrouwd zijn met elkaars gebruiken, kunnen elkaar vaak makkelijker vinden.
Maar alleen dezelfde herkomst zegt niet genoeg, leerde Martin vroeg in zijn loopbaan. Hij herinnert zich de opvang van mensen uit Rwanda tijdens de burgeroorlog. Dan lijkt een kamer met andere bewoners uit Rwanda een logische keuze, vertelt hij, totdat blijkt dat de één Hutu is en de ander Tutsi. In die situatie ging samenwonen niet. Soms moet het team alsnog een andere indeling zoeken.
Eten op tafel, vragen over morgen
Tijdens de Open azc dag leiden medewerkers bezoekers door de kamers en gezamenlijke ruimtes. Bewoners hebben gerechten klaargemaakt. Er is een ruimte om elkaar te ontmoeten, er worden lessen gegeven en bezoekers kunnen zien waar bewoners koken en hun was doen.


Intussen nadert de afgesproken einddatum van de opvang aan de Meeuwenlaan: februari 2027. De beoogde nieuwe locatie in De Tippe is dan nog niet gereed. De gemeente Zwolle zoekt daarom een oplossing voor de periode ertussen.
Die onzekerheid klinkt ook in de gangen. Een medewerker vertelt dat bewoners geregeld vragen: „Als dit klaar is, waar gaan we heen?” Een definitief antwoord kan het team hun nog niet geven.
Ahmad werkt aan zijn opleiding, zijn kamergenoten gaan naar hun werk en de 26-jarige Syriër stapt op de trein bij Keolis. Maar waar zij volgend jaar na school of werk thuiskomen, weten ze nog niet.





