Zwaarden vliegen rond voor Sassenpoort in Zwolle: ‘Je wilt écht niet geraakt worden’
Zwolle – Een zwaard boven het hoofd, de benen stevig uit elkaar en de ogen strak op de tegenstander. Voor de eeuwenoude Sassenpoort werd zaterdag niet alleen naar geschiedenis gekeken: bezoekers mochten haar zelf met beide handen vastpakken. Tijdens Open Monumentendag gaf de Zwolse zwaardvechtvereniging MARS workshops in een vechtsport die er vervaarlijk uitziet. „Je wilt écht niet geraakt worden.”
De plek kon nauwelijks toepasselijker zijn. Terwijl achter hen de torens van de middeleeuwse stadspoort boven de stad uitstaken, gingen deelnemers op het gras twee aan twee de strijd aan.
Geen scherpe wapens en geen zware stalen zwaarden, maar veilige kunststof exemplaren. Eerst de houding, daarna de aanval en vervolgens proberen de slag van de ander tegen te houden.

Geen toneelstuk
Wie denkt dat de leden van MARS alleen een middeleeuws toneelstuk opvoeren, heeft het mis. Dit is een echte vechtsport. Tijdens de trainingen wordt niet alleen naar de vorm van oude wapens gekeken, maar vooral naar de vraag hoe daarmee eeuwen geleden daadwerkelijk werd gevochten.
„Het is aan de ene kant een vechtsport, maar het zijn ook de middeleeuwen, de zwaarden en de oude manuscripten”, vertelt voorzitter Thijs. „We gebruiken wat de zwaardmeesters destijds zelf hebben opgeschreven. Voor mij komt hier eigenlijk het beste van al die werelden bij elkaar.”
Zelf beoefende hij eerder oosterse vechtsporten. Ook was hij van jongs af aan al gefascineerd door de middeleeuwen. Toch wist zelfs hij aanvankelijk niet dat historisch zwaardvechten als moderne sport bestond.
„Toen ik erover hoorde, dacht ik meteen: hé, dit is gaaf. Het is geschiedenis, maar je leest er niet alleen over. Je pakt zo’n zwaard vast en gaat echt met die technieken aan de slag.”
Een klap komt hard aan
Tijdens de workshops voor het publiek werd bewust met kunststof zwaarden gevochten. Bij de normale trainingen van MARS gaat het er een stuk steviger aan toe. Dan komen de metalen oefenzwaarden tevoorschijn.
En die zijn niet bedoeld om voorzichtig mee tegen elkaar te tikken.
„Zo’n klap komt best hard aan”, zegt Thijs. „Je wilt echt niet geraakt worden. Je gaat dus ook serieus proberen om dat te voorkomen. Dat maakt het juist spannend.”
Zonder bescherming het strijdperk instappen is er dan ook niet bij. De leden dragen onder meer stevige maskers, keelbeschermers, dikke handschoenen en bescherming rond armen, ellebogen en benen. Ook gewatteerde broeken en jassen behoren tot de uitrusting.
„Het lijkt een beetje op schermen, maar onze bescherming is steviger en dikker. We vechten tenslotte met metalen zwaarden, niet met van die heel dunne schermwapens.”

Zwitserse Hellebaard
Tussen de zwaarden staat een wapen dat onmiddellijk de aandacht trekt. Aan een lange houten steel zit een gevaarlijk ogend metalen gevaarte met een bijlblad, een haak en een scherpe punt.
Het is de hellebaard van MARS-lid Rolf, gebaseerd op een Zwitsers exemplaar uit de veertiende eeuw. Een wapen waarmee een soldaat meerdere nare verrassingen kon uitdelen.
„Om te beginnen kun je hiermee slaan”, vertelt Rolf terwijl hij naar het bijlblad wijst. Daarna toont hij de haak aan de andere kant. „Die kon je achter bijvoorbeeld een knie of een nek krijgen en dan ging je trekken. Dat is heel vervelend.”
Alsof dat nog niet genoeg is, wijst hij naar de lange punt boven op het wapen. „Dit is meteen ook een speer. En sommige hellebaarden hadden aan de achterkant nóg een punt. Als iemand dichtbij genoeg kwam, kon je daar dus ook direct mee uithalen.”
De Zwitserse uitvoering is volgens hem opvallend sober. Geen overbodige versieringen, maar vooral een wapen dat zijn werk moest doen.
„De Zwitsers waren daar heel makkelijk in. Als het werkt, dan werkt het. Waarom zou je er dan nog iets aan veranderen? Heel simpel, heel praktisch en vooral heel effectief.”

Twintig man op een rij
Op een middeleeuws slagveld stond een soldaat met zo’n hellebaard niet in zijn eentje wat met het wapen te zwaaien. De kracht zat juist in de grote groep die gezamenlijk naar voren trok.
Rolf zet het tafereel bijna voor de Sassenpoort neer.
„Stel: ik sta hier met dit wapen. Maar naast mij staan twintig mannen op een rij die precies hetzelfde vasthouden. En achter ons staan nóg eens drie rijen. Allemaal in verschillende houdingen, met de punten naar voren.”
Dan maakt hij met de hellebaard een beweging in de richting van een denkbeeldige vijand.
„En zo gingen we met z’n allen die kant op, recht op de tegenstander af.”
Met tientallen punten, bijlbladen en haken voor zich moet zo’n oprukkende linie een angstaanjagend gezicht zijn geweest. Wie te dichtbij kwam, kon worden geraakt, gestoken of met de haak uit het zadel of van de benen worden getrokken.
35 zwaardvechters in Zwolle
MARS heeft vestigingen in Zwolle en Groningen. Alleen al de Zwolse afdeling telt volgens voorzitter Thijs ongeveer 35 leden. Zij trainen op de campus van Windesheim.
Daarmee wordt in Zwolle wekelijks een vechtsport beoefend waarvan veel inwoners het bestaan niet kennen. Ook veel huidige leden ontdekten MARS ooit toevallig tijdens een demonstratie of evenement.
„Dagen als deze zijn voor ons heel belangrijk”, zegt Thijs. „Mensen lopen langs, zien wat we doen en denken: hé, wat leuk. Ze volgen een workshop, komen daarna misschien naar een proefles en kunnen uiteindelijk lid worden.”
Tijdens Open Monumentendag gaf de vereniging zeven workshops. Ook mochten kinderen tussendoor met de wapens op de foto.
Voor één dag veranderde het grasveld voor de Sassenpoort zo in een middeleeuwse oefenplaats. Alleen met één belangrijk verschil: dit keer moest iedereen zonder kleerscheuren weer naar huis.
„We doen het vandaag natuurlijk zo dat niemand gewond raakt”, zegt Thijs met een glimlach. „Als het goed is.”




