Columns

Muizenissen

Column Hanneke Poelmans


Zwolle – Eén keer per maand verblijdt Hanneke Poelmans ons met een column over datgene wat haar bezighoudt. En dit keer zijn dat muizen of eigenlijk muizenissen.

Muizenissen

Als je in een oud pand in de binnenstad woont, zoals ik, dan wil het nog wel eens voorkomen dat er op zeker moment een muis tussen de houten balken door piept. Zeker wanneer je zoon na lang aandringen eindelijk z’n zin krijgt en je op z’n zevende verjaardag twee tamme meisjesmuisjes in het gezin opneemt. Twee zusjes uit Lelystad, gered van de ondraaglijke nietsheid van de polder. Maar dat ze in de Grote Stad zóveel heftige avonturen zouden beleven, hadden we ook weer niet verwacht. De directe aanleiding tot aanschaf was overigens het wrede tafereel een dag vóór de verjaardag, van een op een plakstrip vastgeplakt wild muisje bij het naastgelegen buurtcafé. De wreedste aller doden, om op zo’n manier aan je eind te komen, langzaam lijdend. Met pijn en moeite ontdeden we het beestje van z’n plakstrip, van pootjes tot staart en snuitje, waarna de opgetrommelde Dierenambulance hem tot groot verdriet van de zoon subiet weer meenam, om hem uit te zetten bij Zandhove, om hopelijk een lang en vrij nieuw leven tegemoet te gaan (en niet door de eerste de beste reiger naar binnen te worden geschrokt). Afijn. Na dit trauma móest er, eindelijk, wel een eigen muis worden aangeschaft.

Dat twee tamme muizenmeisjes onweerstaanbaar bleken voor de wilde mannelijke stadsmuizen, hadden we niet voorzien. Wisten wij veel.
Ons tot dan toe van wilden muizen gespeende huis, werd opeens overspoeld door bronstige mannetjes. Als een roversbende gingen ze tekeer en snoepten alles wat ze op hun weg tegenkwamen op, dwars door marsverpakkingen en broodzakken heen, terwijl ze een spoor van muizendrolletjes achterlieten. Op het aanrecht, in de kamer, bovenaan de trap. Het was een plaag. De onderburen klaagden over vreemd geritsel boven hun slaapkamerplafond, ik durfde de tamme muizen niet te noemen.
Toen op een dag bleek dat een van de mannetjes naast van de paaseitjes op het aanrecht, óók van een van de tamme vrouwtjes had gesnoept, was de maat vol. Vanaf dat moment was het oorlog. Die verkrachter, die brute vreemde indringer, moest worden gevangen en uitgezet. Maar leg maar eens aan een zevenjarige uit waarom de lieve muisjes in het kooitje wél, en de even schattig ogende muisjes buiten dat kooitje níet welkom waren. Tja.
Zo zaten we dus opeens met 11 tamme en halfwilde muisjes. Moeder muis had geworpen. Haar zusje ontfermde zich als een zorgzame tante over de kleintjes.

Ondertussen deed de diervriendelijke muizenval die ik had aangeschaft bij een shabby Deventer dierenwinkel z’n werk. Eindelijk kregen we ze te pakken, die wilde schooiers. Dag na dag vingen we een nieuwe muis, die we triomfantelijk in een struik in de buurt uitzetten. Opgeruimd staat netjes.
Toen na vijf weken het moment daar was om de jonge muisjes vrij te laten, kwamen we alsnog voor een verrassing te staan. In de mooie tuin van Stichting Flappus, die zich ontfermt over dieren waar niet goed meer voor gezorgd kan worden, en waar we overeengekomen waren onze jonge muisjes gratis in de tuin uit te zetten, bleek dat van de 9 jonkies, slechts 2 over waren. Of eigenlijk 3. Blijkbaar hadden we de dagen ervoor al die tijd de broertjes en zusjes in onze diervriendelijke val gevangen en in de buurt uitgezet. De derde muis die we wilden uitzetten zat nota bene in die val. En toen we goed keken, bleek ook dat een broertje. Toen we ze vrijlieten, schoten er twee direct de kooi uit, de bosjes in, de vrijheid tegemoet. Die zouden het wel redden in het wild. Maar het muisje uit de val kwam niet mee, hij stapte wat verweesd over het gras. Tóen bleek dat ie strompelde, hij had een mank pootje. Hij was ook een stuk kleiner dan de andere muisjes. Dat was in het nestje al opgevallen, dat er eentje kleiner bleef dan de rest, hij dronk ook niet altijd mee met z’n broertjes en zusjes. En dan ook nog mank. We besloten hem te houden en weer mee terug te nemen. We noemden hem Guus. Guus geluk, omdat hij geluk had dat hij in de val terechtkwam en níet in de struiken, met hongerige katten op de loer. En geluk omdat hij met ons mee naar huis mocht.

Dus nu hebben we er nog drie thuis, Guus in een apart verblijf, met daarnaast z’n moeder en tante in hun eigen kooi. Beide met ruime buizenstelsels om een prima muizenleventje te lijden.
Alleen de vader ontbrak nog. Wat zou het mooi zijn als Guus nog een mannelijk familielid erbij zou krijgen, als gezelschap. Er was nog steeds hoop dat er nog 2 ontsnapte broertjes of zusjes onder de vloer zouden zitten, die we alsnog met de diervriendelijke val zouden kunnen vangen, om ze bij Guus neer te zetten. Maar nee, we hoorden ze wel, maar zagen ze niet. Ze terroriseerden nog steeds de keuken, en de nachtrust, maar vangen deden we ze niet. Toen ik als laatste wanhoopsdaad uiteindelijk bij de Gamma maar vier échte muizenvallen aanschafte, waren ze me zelfs daarmee te slim af. De snoepjes aten ze wel op, maar de val klapte niet dicht.
Totdat, op een ochtend, opeens een zenuwachtig muisje in de diervriendelijke val zat. Het bleek een mannetje. Het verhaal zou met dit feit zo mooi rond zijn geweest, ware het niet, dat deze wilde vriend, nadat ik hem in quarantaine had geplaatst, alvorens ik hem bij Guus zou plaatsen, binnen enkele minuten alweer ontsnapte uit de kooi.

Maar we houden hoop. Misschien komt ie ooit weer terug. Dood of levend, dat is dan de vraag.

 

 

Meer bekijken
CRAFT Benelux Sportswear

Bekijk ook

Close
Back to top button