Minister wil 500 extra asielplekken in Overijssel, vijf gemeenten al onder toezicht
Zwolle – Overijssel moet op korte termijn honderden extra opvangplekken voor asielzoekers regelen. Minister Bart van den Brink (Asiel en Migratie) vraagt de provincie om uiterlijk 1 april 2027 vijfhonderd extra tijdelijke plekken beschikbaar te hebben. De eerste 150 moeten al op 1 november zijn geregeld. Opvallend: vijf Overijsselse gemeenten staan ondertussen al onder actief toezicht van het Rijk omdat zij onvoldoende voldoen aan hun bestaande verplichtingen uit de Spreidingswet.
Dat blijkt uit een nieuwe Kamerbrief en een dringende oproep aan alle Nederlandse burgemeesters, die dinsdag 13 oktober zijn gepubliceerd. De minister waarschuwt dat de situatie in de asielopvang opnieuw onhoudbaar is geworden. Zonder extra maatregelen loopt het landelijke tekort op tot 3.600 plekken begin januari en zelfs 7.600 in april volgend jaar.
Eerste 150 plekken al binnen drie weken
Voor Overijssel ligt er een duidelijke tijdlijn. Uiterlijk 1 november moeten 150 extra opvangplekken beschikbaar zijn. Op 1 januari moet dat aantal zijn gestegen naar 230 en op 1 april naar 500.
Het gaat om tijdelijke opvangplekken die tot oktober 2027 beschikbaar moeten blijven. De minister benadrukt dat deze plekken boven op het verlengen van bestaande opvanglocaties komen.
Hoeveel plekken Zwolle en de andere Overijsselse gemeenten afzonderlijk moeten leveren, is nog niet bekend. De commissaris van de Koning moet de verdeling en uitvoering coördineren via de Provinciale Regietafel.
Vijf gemeenten al onder toezicht
De nieuwe oproep komt terwijl meerdere gemeenten hun bestaande verplichtingen uit de Spreidingswet nog niet voldoende nakomen.
Uit een officieel overzicht van het ministerie, met als peildatum 5 oktober, blijkt dat vijf Overijsselse gemeenten op trede 3 van de zogenoemde interventieladder staan. Het gaat om Dinkelland, Hellendoorn, Oldenzaal, Staphorst en Zwartewaterland.
Trede 3 betekent dat het Rijk actief toezicht houdt en afspraken maakt met de betrokken gemeenten over maatregelen en termijnen. Het betekent niet automatisch dat deze gemeenten helemaal geen asielzoekers opvangen. Wel is duidelijk dat hun uitvoering van de wettelijke opvangtaak aanleiding geeft tot ingrijpen.
Ook de nabijgelegen Gelderse gemeenten Hattem en Oldebroek staan op deze toezichtlijst.
Minister biedt gemeenten uitweg
Opvallend is dat de minister gemeenten die achterlopen een mogelijkheid biedt om tijdelijk verdere stappen in het toezicht te voorkomen.
Gemeenten die onmiddellijk een evenredige bijdrage leveren aan de extra opvangplekken, kunnen in aanmerking komen voor het tijdelijk aanhouden van het toezichtstraject. Dat wordt per gemeente afzonderlijk beoordeeld.
Van een automatische vrijstelling van de Spreidingswet is geen sprake.
Ook Zwolle heeft opvangprobleem
Ook Zwolle heeft de bestaande opvangopgave nog niet volledig ingevuld. Volgens de meest recente indicatieve verdeling moet de stad 656 opvangplekken realiseren. De gemeente erkent zelf dat ook de komst van de geplande opvanglocatie in De Tippe onvoldoende is om aan die opgave te voldoen.
Daar komt een ander probleem bij. De opvang aan de Meeuwenlaan in de Kamperpoort sluit volgens de huidige afspraken op 1 februari 2027. Ongeveer 300 bewoners moeten daardoor verhuizen.
De gemeenteraad wees eind september de Voorsterpoort Woonboulevard aan als tijdelijke opvanglocatie. Die is volgens de huidige planning echter pas op 1 juni 2027 gereed. Voor de tussenliggende vier maanden zoekt Zwolle nog een overbruggingsoplossing.
Juist nu vraagt de minister gemeenten om bestaande opvanglocaties zoveel mogelijk langer open te houden. Alleen bij zwaarwegende redenen zouden locaties volgens hem moeten sluiten. Of zijn nieuwe oproep gevolgen heeft voor de afspraken over de Meeuwenlaan, is nog niet duidelijk.

Opvangcentra zitten overvol
Landelijk staat de opvang ondertussen zwaar onder druk. Volgens de minister bedraagt de bezettingsgraad bij het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) inmiddels 102 procent.
Vooral in Ter Apel is de situatie nijpend. Door het tekort aan opvangplekken moeten volgens de minister zelfs mensen buiten overnachten.
Statushouders sneller aan woonruimte helpen
Daarnaast verblijven nog ongeveer 17.000 statushouders in de asielopvang. Van hen wachten er circa 12.000 langer dan de genoemde termijn van veertien weken op huisvesting. De minister vraagt gemeenten daarom ook om statushouders sneller aan woonruimte te helpen.
Provincie moet opvangplekken verdelen
Overijssel staat daarmee voor twee opgaven tegelijk: de bestaande verplichtingen uit de Spreidingswet uitvoeren én op korte termijn extra tijdelijke opvang organiseren.
De minister heeft de commissarissen van de Koning gevraagd hierbij de regie te nemen. Uiterlijk 1 december ontvangt hij bovendien de provinciale verslagen over de volgende ronde van de Spreidingswet.
Of de eerste 150 extra plekken in Overijssel daadwerkelijk vóór 1 november kunnen worden gerealiseerd en welke gemeenten daarvoor ruimte gaan bieden, moet nog blijken.




