Als tiener droomde Henriette (69) van deze flat, nu ziet ze hem verdwijnen: ‘Het doet je wel wat’
Zwolle – Als tiener fietste Henriette van Dijk vanuit Assendorp regelmatig langs de flats van Weezenlanden-Noord. Op weg naar het Meander College keek ze naar de woningen en dacht ze telkens hetzelfde: hier zou ik later eigenlijk wel willen wonen. Jaren later kwam die wens uit. Nu staat ze, 69 jaar oud en steunend op haar rollator, opnieuw voor de flat. Alleen gaat deze keer de grijper erin.
Een dikke wolk gele en oranje rook trekt dinsdagmiddag langs de turquoise balkons. Daarna komt de sloopmachine in beweging. Voor Henriette is het een vreemd gezicht.
“Je weet het van tevoren”, zegt ze. “Maar het doet je wel wat.”
Als tiener keek ze er al naar
Henriette groeide op in Assendorp. Eerst woonde ze aan de Commissiestraat, later aan de Leliestraat. Als tiener kwam ze op de fiets geregeld langs Weezenlanden-Noord.
De flats waren toen nog relatief nieuw. Henriette keek ernaar en dacht dat ze daar later best zou willen wonen.
Die wens kwam uiteindelijk uit. In 2002 kreeg ze er een appartement op tweehoog. Vanuit haar woning keek ze over het grasveld en richting het provinciehuis.
“Het was een perfecte plek”, vertelt ze.

Gebouwd in de jaren van woningnood
De flats waren een product van de naoorlogse wederopbouwperiode. In de jaren vijftig veranderde dit deel van Zwolle snel. Waar eerder nog veel open ruimte lag, verschenen woningen, scholen en andere gebouwen.
De zes flats in Weezenlanden-Noord pasten bij het stedenbouwkundige ideaal van die tijd: woningen met licht en lucht, balkons en vooral veel open groen tussen de gebouwen.
Ruim zestig jaar later zijn juist dat de dingen die Henriette zich nog zo goed herinnert: haar uitzicht, de grasvelden en het leven tussen de flats.

‘Het was echt een gemeenschap’
Maar het waren volgens Henriette vooral de mensen die het wonen er bijzonder maakten.
“Het was echt een gemeenschap”, zegt ze. “Als je elkaar een dag niet zag, of twee dagen niet zag, dan was het al eventjes van: hé.”
Dat ging vanzelf. Even kijken of iemand er was, een praatje maken, in de zomer op het balkon zitten. Het hoefde niet georganiseerd te worden.
Ook rondom de woningen maakten bewoners er zichtbaar hun eigen plek van. Bloemen stonden bij de deuren en op de balkons, planten groeiden langs de gevels en tussen de flats lag een groot groen veld.

Val in de douche veranderde haar leven
Aan de flat bewaart Henriette niet alleen mooie herinneringen. Eén gebeurtenis heeft tot op de dag van vandaag gevolgen.
Het gebeurde op Koningsdag. Ze had die ochtend nog wat was opgevouwen en wilde daarna snel douchen voordat ze weg zou gaan voor vrijwilligerswerk in wijkcentrum De Enk in Assendorp.
Maar toen ze uit de douche wilde stappen, gleed ze uit.
Ze kwam hard ten val en kon niet zomaar meer overeind komen. Haar telefoon lag niet direct naast haar. Toch lukte het haar uiteindelijk om ernaartoe te komen.
“Ik ben naar de telefoon toegekomen”, vertelt ze. “En toen heb ik 1-1-2 gebeld.”
Hoe de hulpverleners vervolgens precies haar woning binnenkwamen, weet Henriette niet meer. Wat ze wél nog goed weet, is dat de flat geen gewone lift had. Er was alleen een stoeltjeslift. Wie op een brancard naar beneden moest, had daar weinig aan.
Dus kwam bij dit soort meldingen niet alleen de ambulance. Ook de brandweer rukte uit om te helpen.
Henriette moest uiteindelijk vanaf de tweede verdieping naar buiten worden geholpen. Niet via het trappenhuis, maar via het raam.
“Als er iemand ziek was of viel, dan kwam er een ambulance en dan kwam de brandweerwagen”, vertelt ze. Het hoorde bij wonen in een oud gebouw zonder lift.
Voor Henriette zelf bleek de val ingrijpend. “Na die tijd is dat nooit meer goed gekomen.” Tegenwoordig loopt ze met een rollator.
Balkons aan de stutten
Ook aan het gebouw zelf begon de ouderdom steeds duidelijker zichtbaar te worden.
Zo moesten balkons op een gegeven moment worden verstevigd met stutten. Volgens Henriette bleek dat nodig omdat ze niet meer veilig genoeg waren.
Mooi vonden de bewoners die kale palen bepaald niet. Dus werd er een simpele oplossing bedacht: laat er dan maar klimop tegenaan groeien. Zo verdwenen de stutten in ieder geval een beetje achter het groen.

Schimmel? ‘Dat viel wel mee’
De oude flats kregen in de loop der jaren ook een slechte naam door verhalen over vocht en schimmel. Henriette herkent dat voor haar eigen appartement niet echt.
“Dat viel wel mee”, zegt ze.
Iets anders vond ze veel spannender. Er zat asbest in het gebouw. Daar werd ze zich later steeds bewuster van.
“Dat vond ik wel eng”, vertelt ze. Boren in de muren mocht uiteindelijk niet zomaar meer.
Nieuwe markiezen en gordijnen moesten blijven
Toen de sloop dichterbij kwam, moest Henriette haar woning uiteindelijk verlaten. Ze kon verhuizen naar een van de nieuwe appartementen in Weezenlanden-Noord. In afstand was het bijna letterlijk oversteken.
Maar eerst moest ze afscheid nemen van haar oude huis. En sommige dingen die zij zelf net had aangeschaft, konden niet eens mee.
Henriette had nog nieuwe markiezen en nieuwe gordijnen laten plaatsen. Die moesten achterblijven toen zij verhuisde. De woning werd daarna tijdelijk gebruikt door antikraakbewoners via Carex.
Voor iemand die tientallen jaren van een woning een thuis heeft gemaakt, zat het afscheid daardoor niet alleen in de stenen. Ook spullen die speciaal voor het appartement waren gekocht, bleven achter.
Nieuwe woning, maar niet dezelfde buurt
Henriette woont inmiddels alweer enkele jaren in de nieuwbouw. Een paar bewoners uit de oude flats verhuisden met haar mee, maar veel andere buren zijn nieuw.
En dat verschil merkt ze.
“Het is anders”, zegt ze.
In de oude flat kende bijna iedereen elkaar. Als iemand een dag of twee niet was gezien, viel dat op. In haar nieuwe woongebouw is dat contact minder vanzelfsprekend.
Toch is de oude gemeenschap niet helemaal verdwenen. Een aantal voormalige buren zoekt elkaar nog altijd op. Ze hebben een plekje in het trappenhuis waar ze geregeld samen gaan zitten.
“Dan gaan we even met z’n allen zitten”, vertelt Henriette. “En dan zitten we toch nog even met elkaar te teuten.”
Een klein stukje van de oude buurt is dus gewoon mee verhuisd.
Dan gaat de grijper erin
Dinsdagmiddag staan Henriette en tientallen andere oud-bewoners opnieuw voor de flat. Maar nu is het gebouw leeg. De voordeuren zijn afgezet en voor de gevel staat een grote sloopmachine.
Gele en oranje rook vult eerst de ruimte voor het gebouw. Even later komt de machine in beweging.

De grijper gaat richting een van de balkons en zet zich vast in het gebouw.
Het is de laatste van de zes oorspronkelijke flats in Weezenlanden-Noord. Samen telden ze 180 woningen. In 2016 besloot woningcorporatie Openbaar Belang de woningen te slopen en te vervangen door nieuwbouw.
Meer dan de helft van de oorspronkelijke bewoners maakte volgens de woningcorporatie gebruik van de mogelijkheid om terug te keren.

Van 180 naar ongeveer 600 woningen
Waar ooit de zes oude flats stonden, ontstaat ondertussen een compleet nieuwe stadsbuurt.
Op het totale terrein zijn plannen voor ongeveer 600 woningen. Ongeveer de helft daarvan wordt sociale huur. Daarnaast komen er woningen in de middenhuur en koop.
Daarmee verandert Weezenlanden-Noord ingrijpend. De lage flats, grote grasvelden en open ruimtes uit de wederopbouwtijd maken stap voor stap plaats voor een veel dichter bebouwde woonwijk.

Van meisjesdroom tot afscheid
Voor Henriette begon het verhaal van deze plek veel eerder dan haar verhuizing in 2002.
Als tiener fietste ze er al langs. Vanuit Assendorp, onderweg naar school. Ze keek naar die flats en dacht: daar zou ik later wel willen wonen.
Ze kreeg haar zin.
Ze woonde er ongeveer twintig jaar. Ze keek vanuit haar appartement uit over het groen, kende haar buren, zat op haar balkon, maakte er mooie momenten mee en beleefde er de val die haar leven veranderde.
Nu staat ze opnieuw voor hetzelfde gebouw.
Alleen verdwijnen de balkons waar ze ooit naar keek deze keer één voor één tussen de tanden van de sloopmachine.
“Ik vond het jammer dat we er weg moesten.”
En terwijl de grijper opnieuw naar de gevel beweegt, vat Henriette het eigenlijk nog eenvoudiger samen.
“Je weet het van tevoren. Maar het doet je wel wat.”




